Home

Achtergrond 76 x bekeken

Parlement verwijst EU-richtlijn seizoenarbeid naar prullenbak

Het voorstel van de Europese Commissie om de regels voor seizoenarbeiders van buiten de EU te uniformeren kan de prullenbak in, vinden zowel de Eerste als Tweede Kamer.

Dat hebben de voorzitters van beide Kamers, René van der Linden en Gerdi Verbeet laten weten aan Eurocommissaris Maros Sefcovic (institutionele betrekkingen). Nationale Parlementen mogen EU-voorstellen beoordelen op nut en noodzaak (de zogeheten subsidiariteitstoets).

Volgens beide Kamers kunnen problemen als illegale arbeid en een te lang verblijf van seizoenarbeiders al goed worden aangepakt met de huidige nationale én internationale regelgeving. Nieuwe regels zijn daarom niet nodig.

Om genoemde problemen het hoofd te bieden kan beter de handhaving worden versterkt, bijvoorbeeld door opsporingsdiensten in de verschillende lidstaten beter samen te laten werken.

Het parlement is evenmin overtuigd dat de verschillen tussen de lidstaten worden veroorzaakt door uiteenlopende regelgeving; de noodzaak voor uniformering van de regels is daarmee onvoldoende aangetoond.

Het zou zelfs kunnen dat het Commissie-voorstel de zaak meer kwaad dan goed doet, omdat voor seizoenarbeiders die korter dan drie maanden werken geen werkvergunning meer is vereist; inspectiediensten missen daarmee een controlemiddel.

De voorgestelde maximale duur van seizoenarbeid, zes maanden, is te lang; seizoenarbeiders zouden aanspraak kunnen maken op de sociale zekerheid, en dat vindt het parlement ongewenst.

Bij een hoorzitting in de Tweede Kamer, onlangs, twijfelden vakbonden, wetenschappers en LTO al aan het nut van de richtlijn. Een Kamerdebat hierover werd vorige week geschrapt.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.