Home

Achtergrond 81 x bekeken

Nog veel vragen bij EU-richtlijn seizoenarbeid

De Tweede Kamer heeft nog veel vragen bij de Europese richtlijn die de komst van seizoenarbeiders van buiten de EU moet reguleren.

Zo is onduidelijk of de regels permanent verblijf ontmoedigen of juist stimuleren, of ze voldoende flexibiliteit bieden voor de lidstaten en of ze zijn te handhaven.

Dat bleek vanochtend op een hoorzitting in de Kamer over de richtlijn, waar vertegenwoordigers van de vakbonden, LTO, enkele wetenschappers, gemeenten en uitzendorganisaties inspraken.

Eurocommissaris Cecilia Malmström (binnenlandse zaken) kwam deze zomer met voorstellen rond zo’n richtlijn. Beoogd wordt om de regels voor seizoenarbeiders uit derde landen te stroomlijnen en uitbuiting van dergelijke krachten te voorkomen. Belangrijke bepaling is de begrenzing van de arbeidsduur tot maximaal zes maanden; daarna moet de seizoenarbeider de EU weer verlaten. Daarnaast zijn eisen opgenomen over de arbeidsvoorwaarden en het recht op sociale zekerheid.

LTO kan zich vinden in de richtlijn, maar vindt ook veel zaken nog onduidelijk, met name de verhouding tot de huidige nationale wetgeving. Met de zes maandentermijn kan LTO uit de voeten, zei medewerker Gerard van der Grind. De vakbonden vrezen dat de regels te los zijn en misbruik niet wordt voorkomen; de gemeenten zijn bang dat er weer nieuwe, aparte regels voor huisvesting komen.

Het is overigens maar de vraag of de richtlijn er uiteindelijk komt, en in welke vorm. De Nijmeegse rechtssocioloog Kees Groenendijk sprak van een “theoretische oefening”, omdat veel lidstaten niet van zins zouden zijn om nationale bevoegdheden op dit terrein over te laten aan Brussel.

De Tweede Kamer beoordeelt later deze maand of Brussel de seizoenarbeid moet reguleren, of dat dit een zaak is van de lidstaten zelf. Voor volgende week staat een debat met de minister van Justitie gepland.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.