Home

Achtergrond 354 x bekeken 1 reactie

Fusiegolf fokkerij-organisaties

Genetische selectie: snellere genetische vooruitgang. Maar ook meer fusies.

Fokkerij-organisaties storten zich op genomic selection (genetische selectie). Nu voor veel landbouwhuisdieren het DNA is ontrafeld, is de toekomstige prestatie van nakomelingen te ‘meten’ aan de hand van het DNA-profiel. Er hoeft dus niet meer te worden gewacht op de prestaties van de nakomelingen zelf. Dat zorgt voor een enorme tijdwinst, vooral van belang in de melkveehouderij. Voordat een kalf is uitgegroeid en aan de melk is, zijn we immers jaren verder. Maar ook fokkerij-organisaties in de varkenshouderij zijn actief.

Topigs verwacht veel van genetische selectie bij de oplossing van het probleem van berengeur. Detectie daarvan aan de slachtlijn is duur. Het alternatief, berengeur eruit fokken, komt nu sneller binnen bereik.

Genetische selectie zorgt voor een snellere genetische vooruitgang en is daarom in het belang van boeren. Maar het is ook oppassen geblazen. Fenotype (verschijningsvorm) is nog steeds de optelsom van genotype (genetische aanleg) en milieu (uitwendige omstandigheden). Een genetisch topdier in een waardeloze stal zal niet presteren. Het gevaar is ook aanwezig dat gegevensverzameling van nakomelingen wordt verwaarloosd. De betrouwbaarheid van fokwaarde op basis van genetische selectie is in de melkveehouderij met 50 à 70 procent al best hoog. Toch blijft het meten van echte prestaties nog altijd beter en betrouwbaarder dan het meten van genetische aanleg. Dat blijft dus nodig.

Tot slot zal genetische selectie leiden tot fusies tussen fokkerij-organisaties. Het mag dan zorgen voor lagere kosten (stieren testen kost nu €25.000 per dier), maar het onderzoek kost ook veel geld. En de betrouwbaarheid van genetische fokwaarde neemt toe bij grotere genenpools. In de melkveehouderij is er al EuroGenomics, een samenwerking tussen diverse Europese fokkerij-organisaties. Genetische selectie versnelt dus niet alleen genetische vooruitgang, maar ook het samengaan van fokkerij-organisaties.

Foto

Rochus Kingmans

Eén reactie

  • no-profile-image

    Hilbrand Korver

    Geachte lezer.

    Genomic selection[genetischeselectie]sugereerd dat men met deze methode de erfelijke aanleg van een dier precies kan bepalen En daarmee ook kan selecteren in jonge dieren voordat ze eigen prestaties hebbeb geleverd.Het zou mooi zijn als het waar was .MAAR men bepaalt niet het DNA Maar de merkers die naast dat DNA liggen.Daardoor is de uitkomst van deze merker gegevens ook weinig zeggend.
    En vooral ook erg oncontroleerbaar voor alle gebruikers inclusief de fokkerijorganisaties.Een mooi voorbeeld stond in Melkveemagazine nr 8 Daarin werd de overschatting van insire stieren vermeld.Ik heb als fokker van dieren met een hoge genetische aanleg vergelijkbare ervaringen.Jaantje 434 is een zeer beste Canvas dochter met als vaars soms 50 kg per dag enz.Met een best uier, ik heb nog nooit een vaars gezien met zo'n goed uier met zo'n productie.Men heeft nu een merker test gedaan van haar .De uitkomst is o.a dat haar uierdiepte 2 punten lager is dan haar fokwaarde.Bij navraag stelt men dat haar erfelijke aanleg dus niet goed is.
    Haar 2 eerste docters hebben nu een 9 en een 8 voor uierdiepte met een lactatiewaarde van 119 en 118.
    Hoezo erfelijke aanleg bekend door merkers.Uit deze zelfde koe zijn stierkalveren afgeserveerd omdat hun merkertest uitwees dat ze evenhoog waren als hun verwachtingswaarde op basis van jarenlange eigen prestaties ondersteund door Delta test tussen andere hoogwaardige vaarzen.[men wil €20 hoger dan]Merkeronderzoek is dus leidend geworden i.p.v.ondersteunend.
    Gezien de grote onjuistheden in deze merkertest is dat slecht voor de Fokkerij in het algemeen En voor de veehouders in het bijzonder.

Of registreer je om te kunnen reageren.