Home

Achtergrond 142 x bekeken

Exploitatie stal voor springpaarden is geen btw-onderneming

Het gerechtshof Amsterdam oordeelt in hoger beroep in een procedure voor de omzetbelasting dat er geen sprake is van een btw-onderneming.

De verrichte (voorbereidende) werkzaamheden waren niet gericht op een duurzame deelname aan het economische verkeer.

Kort samengevat is de aan het gerechtshof Amsterdam voorgelegde zaak de volgende:

Mevrouw M en haar zus, L, zijn geoefende springruiters. Hun vader, de heer A, is eigenaar van een onroerende zaak, bestaande uit een woning met stallen voor paarden. De woning dient als hoofdverblijf voor het gezin. M is in 1999 aan huis springpaarden gaan fokken, alsmede het trainen en africhten daarvan. M heeft de stal per 1 januari 2000 overgedragen aan haar moeder, X, waarbij ook goodwill is bedongen. Voor de jaren 1999 en 2000 is in geschil of M btw-ondernemer is. Rechtbank Haarlem oordeelt dat M uitsluitend binnen de familiesfeer heeft gehandeld en dus geen ondernemer is. Zo heeft X de stal van M overgenomen tegen een zodanige prijs waardoor M er geen schulden aan zou overhouden. M gaat in hoger beroep.Hof Amsterdam oordeelt dat de door M verrichte (voorbereidende) werkzaamheden niet waren gericht op duurzame deelname aan het economische verkeer. De kortstondige bedoeling om een onderneming te starten, is onvoldoende voor het btw-ondernemerschap. De activiteiten die door M werden verricht, vonden uitsluitend plaats ten behoeve van de paarden van A. De vergoedingen die A betaalde, lagen bovendien ver onder de normale zakelijke prijzen. Ten aanzien van 2000 wordt overwogen dat M de stal per 1 januari 2000 heeft overgedragen aan X. M heeft in 2000 dus ten onrechte voorbelasting afgetrokken. De btw-naheffingsaanslagen zijn terecht aan M opgelegd.

Meer informatie: Hof Amsterdam, MK II, 30 september 2010, nr. P08/00783 en 08/00784

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.