Home

Achtergrond 551 x bekeken

Vrijstelling voor cultuurgrond niet van toepassing op manege en paardenfokkerij

Er blijft nieuwe jurisprudentie komen over de vraag of "paardenbedrijven" in aanmerking komen voor de cultuurgrondvrijstelling in de onroerende zaakbelasting (OZB).

De paardenhouders vangen over het algemeen bot. Een "mooi" voorbeeld van zo’n procedure is een uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden.

Kort samengevat is de uitspraak van de Rechtbank de volgende: belanghebbende, eigenaar van een manege en een paardenfokkerij, heeft tegen de WOZ-beschikking voor het jaar 2008 geen bezwaar gemaakt. Tegen de aanslag OZB 2008 maakt hij wel bezwaar. Hij voert daartegen aan dat er ten onrechte geen rekening is gehouden met de cultuurgronduitzondering van artikel 220d, lid 1, onderdeel a, Gemeente wet.

De rechtbank Leeuwarden geeft belanghebbende met een verwijzing naar HR 26 augustus 1998, nr. 32.598, ongelijk. Het fokken van paarden valt niet onder het begrip landbouw, omdat geen sprake is van het fokken van dieren ten behoeve van het gebruik van het dier door de consument. Verder heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hij zich bezighoudt met het laten groeien en voeden van gewassen.

Het beroep wordt vervolgens ongegrond verklaard.

Meer informatie:
Rechtbank Leeuwarden 28 september 2009, 09/00711, LJN BK3776

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.