Home

Achtergrond 147 x bekeken 17 reacties

Speciale commissie onderzoekt aanpak Q-koorts

Een speciale commissie gaat zich buigen over de aanpak en bestrijding van de Q-koorts.

De evaluatiecommissie staat onder leiding van professor Gert van Dijk en gaat op verzoek van de Tweede Kamer aan het werk.

De centrale vraag is hoe de ministeries van LNV en Volksgezondheid de aanpak ter hand hebben genomen en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken. De Q-koorts maakte vorig jaar bijna 2300 mensen ziek; zes mensen met Q-koorts overleden. De ministers Gerda Verburg (Landbouw) en Ab Klink (Volksgezondheid) lieten de Kamer vandaag weten dat de commissie zelf uitmaakt wie zij wil spreken en welke documenten zij daarvoor wil hebben. De twee ministers hebben hun volledige medewerking toegezegd. De commissie rapporteert aan beide ministers die het rapport, met hun reactie, voor de zomervakantie naar het parlement zullen sturen.

Van Dijk (1946) studeerde veeteelt en genetica in Wageningen en Economie in het Schotse Aberdeen, waar hij ook promoveerde. Hij is directeur van de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw (NCR) en is daarnaast sinds 1990 hoogleraar aan de Universiteit Nyenrode.

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    piet

    Zo'n commissie moet absoluut onafhankelijk zijn en zelfs niet de schijn van vooringenomenheid of belangenverstrengeling hebben. Bijvoorbeeld onder leiding van de heer Davids!

  • no-profile-image

    koetje

    Decennia lang is GD voor Dieren het onderwerp van bezuiniging,reorganisatie en privatisering en moet deze tegenwoordig zichzelf bedruipen.Hier zijn de tarieven ook naar.Al het geld wat naar VWA wordt doorgesluisd kan beter naar GD v D.

  • no-profile-image

    boer

    De vraag is ook zijn die 2300 mensen wel dit jaar ziek geworden. Wie laat zijn bloed testen voor hij ziek wordt. De antiestoffen kunnen wel van 10 jaar geleden zijn. De meeste merken niet eens dat ze het gehad hebben. Wij krijgen steeds meer natuur in ons land met laagstaand water met als gevolg meer ongedierte. Vooral muizen zijn besmet met de q koorts bacterie en teken zuigen zich vaak vol op muizen en brengen dat weer over op de honden met het uitlaten in deze mooie natuurgebieden. De honden besmetten weer de baas en zo gaat dat maar door. Geef de natuurgebieden weer terug aan de boeren dat zou veel beter zijn.

  • no-profile-image

    wipstaartje

    Duts, doe een beetje voorzichtig met Pieter van Geel wil je. Die klojo krijgt het nog zwaar genoeg als straks onder zijn leiding het CDA-schip reddeloos ten onder gaat!

  • no-profile-image

    Karin

    Hoe zit het eigelijk met het overdragen van de bacterie van mens op mens? Die 2300 mensen zullen toch ook wel eens seks gehad hebben, of op zijn minst iemand gezoend of geknuffeld hebben?
    Waarom moeten dieren het altijd gedaan hebben?

  • no-profile-image

    Han

    @Paul. Trek ik en goede conclusie als ik zeg; "LNV neemt de inhoud van allerlei voor de landbouw belangrijke publicaties van haar eigen instituten NIET SERIEUS?"
    Hun nieuwe taak is niet Landbouw en daarme economisch belang van Nederland dienen maar Ecologisch / terug naar opa's tijd belang dienen.
    Als dit juist is, is misschien het toetreden van de agrarische sector aan EZ het overwegen waard. Door deze ruiming van productie geiten en hobby geiten niet heeft LNV weer eens een wig gedreven tussen boeren en burgers.

  • no-profile-image

    wipstaartje

    Beste Paul, mijn goede vriendin Hanneke uit Waverveen liet me weten dat zij zojuist jouw uitgebreide uiteenzetting in dit forum had gezien en ik haastte me om het vluchtig door te nemen. Want nét als zij zat ik de hele avond naar de aanzet tot de total collapse van het zelfopgerichte Empire Pinguinbuilding van Capelle aan de IJssel te kijken. To be continued!

  • no-profile-image

    zwalker

    Het lijkt geen goede plan om uitgerekend een Wageninger zo'n onderzoek te laten doen. Dan is al op voorhand te voorspellen dat het voor LNV met een sisser gaat aflopen.

  • no-profile-image

    herkauwer

    Daar zeg je wat Karin. Een prachtig onderwerp om eens diepgaand te laten onderzoeken. Dat had natuurlijk allang moeten gebeuren, maar in échte waarheidsvinding loopt dit land altijd helemaal achteraan.

  • no-profile-image

    spotvogel

    Beste Han, LNV heeft NOOIT de onderzoekpublicaties van de eigen instituten serieus genomen. Dat weet ik zéker omdat ik vanaf 1972 bij dat ministerie werkte! 'Terug naar opa's tijd' is een gevolg van de verstedelijking van het platteland enerzijds en de enorme oppervlakte prima landbouwgronden die na 1989 in Midden- en Oost Europa beschikbaar kwamen. Daar weet jijzelf alles van. Het beleid is erop gericht om agrarische ondernemers hier te ontmoedigen en een zetje in de rug te geven door hen lang genoeg kopje onder te houden. Desnoods door drie saneringsronden in 12 jaar tijd! Ikzelf ben al erg lang voorstander van het onderbrengen van de agri-economische LNV-poot bij EZ. Maar naar heldere tonen van een ook al zeldzaam wordende zangvogel werd en wordt niet geluisterd. Koetje Boe, de ruimingen begonnen in 1997 onder Directeur Generaal Kalden en die is in Utrecht door prof. van Genderen opgeleid tot dierenarts. Hij was tot 2002 DG en daarna tot 2007 SG op LNV. Ook de ruimingen tijdens Mkz en Vogelgriep werden dus geleid door een dierenarts! Daarom noem ik hem
    ook wel de Veterinaire Mengele!

  • no-profile-image

    duts

    Waarom niet mijnheer van Geel? Dan kunnen we ook nog eens lachen. Carnaval komt er immers aan. "Zunne stomme hadde we nog nie gehad"......etc......Uzw.......Bis bis...tot de dood er op volgt!

  • no-profile-image

    Paul Jansen

    Dan de hele tekst maar knippen en plakken. ------- Hoe vaak komen ziekten voor op bedrijven in Nederland?


    GD voert elke 2 jaar steekproeven uit om na te gaan hoe vaak ziekten voorkomen op Nederlandse bedrijven. Hiervoor
    benadert GD willekeurig rundveehouders om te vragen of ze willen meewerken aan tankmelk- en/of bloedonderzoek. In
    ruil daarvoor krijgen deze veehouders kosteloos informatie over de aanwezigheid van bepaalde ziekten op hun bedrijf.

    GD voert in opdracht van het Productschap Zuivel en de Productschappen Vee, Vlees en Eieren landelijk onderzoek uit naar een aantal dierziekten. In die onderzoeken wordtbepaald op welk percentage van de Nederlandse melkleverende en nietmelkleverende rundveebedrijven een bepaalde ziekte voorkomt. Het gaat om de ziekten: Neospora, Salmonella, IBR, BVD en leptospirose en Q-fever. Het onderzoek is al een aantal jaren achtereen uitgevoerd en daardoor kan tevens een trend worden bepaald: komt de ziekte meer of minder voor, of blijft het gelijk? Het afgelopen jaar bleek dat er kansen liggen voor melkveehouders om voor IBR de onverdachte status te krijgen,
    Neospora vraagt de aandacht op niet-melkleverende bedrijven alsook leptospirose.

    Representatieve steekproef
    Om te kunnen bepalen hoe vaak een ziekte voorkomt, hoeven niet alle bedrijven en/of dieren onderzocht te worden. GD kan volstaan met een representatieve steekproef op een beperkt aantal bedrijven en bij een beperkt aantal dieren. Op melkveebedrijven kunnen veel onderzoeken worden uitgevoerd in tankmelk. In de andere gevallen wordt bloedonderzoek gedaan, waarbij het aantal en de leeftijd van de te onderzoeken runderen per ziekte verschilt. Het onderzoek wordt uitgevoerd op bedrijven die geen status hebben voor de desbetreffende ziekte. De resultaten van alle deelnemende bedrijven worden door GD anoniem verwerkt om te berekenen op welk percentage bedrijven ziekten voorkomen. Er worden voor dit onderzoek geen kosten in rekening gebracht bij de veehouder. Ook de dierenartskosten worden vergoed. Wel ontvangt de veehouder de uitslag van het uitgevoerde onderzoek. Op deze manier krijgt een deelnemende veehouder zonder kosten informatie over het aanwezig zijn van bepaalde ziekten op zijn bedrijf.

    Tabel 1 Resultaten specifieke monitoring 2006 en 2004 op melkveebedrijven, tussen haakjes de spreiding.

    Ziekte % besmette bedrijven 2006 % besmette bedrijven 2004 Genomen monsters
    BVD 23.8% Bloedmonsters van vijf kalveren tussen 8-12 maanden.
    IBR 25,6%
    {20,4-31,4} 28,1%
    {22,0-34,9} Tankmelk.
    Neospora 21,6%
    {16,9-26,9} 15,0%
    {10,6-20,3} Tankmelk.
    Q-fever 56,7%
    {51,3-62,0} nvt Tankmelk.
    Salmonella 12,6%
    {8,1-18,3} 6,3%
    {2,9-11,6} Tankmelk. In 2006 tevens bloedmonsters van vijf kalveren tussen 3-6 maanden.

    Tabel 2 Resultaten specifieke monitoring 2006 en 2004 op niet-melkleverende bedrijven, tussen haakjes de spreiding.

    Ziekte % besmette bedrijven 2006 % besmette bedrijven 2004 Genomen monsters
    BVD 34.8% Bloedmonsters van vijf kalveren tussen 8-12 maanden.
    Neospora 75.6% Bloedmonsters van max. vijf koeien.
    Leptospirose 6.7%
    {3,6-11,1} 12.2%
    {4,1-26,2} Bloedmonsters van max. vijf koeien.
    Salmonella 12,3%
    {7,7-18,4} 5,0%
    {2,5-8,7} Bloedmonsters van vijf kalveren tussen 3-6 maanden.

    Conclusies
    De belangrijkste conclusies voor melkvee bedrijven zijn:
    -BVD: Op 28% van de niet BVD-vrije bedrijven is de infectie recent actief rondgegaan en is nog een virusdrager (=verspreider van de infectie) geboren. In 2006 is het onderzoek niet herhaald. BVD is de ziekte waarover GD Veekijker de meeste vragen krijgt: enten voorkomt insleep op en verspreiding binnen het bedrijf, virusdragers moeten worden afgevoerd om de infectie kwijt te raken.
    - IBR: het aantal IBR besmette bedrijven lijkt te dalen: 74% van de bedrijven (zonder een IBR-status), heeft minder dan 10% besmette koeien en zou via tankmelkonderzoek de vinger aan de pols kunnen houden en in aanmerking komen voor een “onverdacht status”.
    - Neospora: Het aantal bedrijven met een risicovol percentage Neospora geïnfecteerde dieren lijkt toe te nemen: op ongeveer 22% van de bedrijven komt deze infectie in 2006 voor bij meer dan 1 op de 6 melkgevende koeien. Goede maatregelen zijn de hond te leren dat hij niet tussen de koeien mag komen en geen nakomelingen aanhouden van besmette koeien.
    - Q-koorts: zowel op dier- als op bedrijfsniveau komt de infectie veel voor in Nederland. Dit onderzoek werd voor het eerst uitgevoerd in Nederland en zal in 2007-2008 worden herhaald.
    - Salmonella: Afweerstoffen worden in de tankmelk aangetoond als meer dan 10% van de melkgevende dieren de
    infectie de laatste 6 maanden heeft doorgemaakt. In 2006 is op de bedrijven naast tankmelkonderzoek ook bloedonderzoek gedaan bij 5 kalveren. Het percentage besmette bedrijven is toegenomen, omdat op sommige
    bedrijven de infectie voorkomt bij het jongvee en niet in de melkveekoppel. Onderzoek bij de kalveren naast tankmelkonderzoek geeft een beter inzichtin het voorkomen van Salmonella infecties op melkveebedrijven.

    De belangrijkste conclusies voor niet-melkleverende rundveebedrijven zijn:
    - BVD: Op 35% van de niet BVD-vrije bedrijven was de infectie actief rondgegaan in 2004. In 2006 is het onderzoek niet herhaald.
    - Neospora: Deze infectie kwam op 76% van de niet-melkleverende bedrijven voor. Het onderzoek is in 2006 niet herhaald.
    - Leptospirose: vrijwel alle melkleverende bedrijven zijn vrij van leptospirose. Besmette zoogkoeienbedrijven vormen een risico voor de melkveebedrijven.
    - Salmonellose: er is een stijging in het aantal met de Salmonella bacterie besmette bedrijven. Het aanwezig zijn van deze infectie op rundveebedrijven is ongewenst vanwege het grote risico op ziek worden van de veehouder en zijn gezinsleden en de voedselveiligheid. Goede preventieve maatregelen op rundveebedrijven zijn: een gesloten bedrijfsvoering, het niet aanvoeren van varkensmest en het bestrijden van leverbotinfecties.

    Onderzoek in stalseizoen 2007-2008
    Komend stalseizoen zullen veehouders ook weer worden benaderd om mee te werken aan onderzoeken. Op verzoek
    van de Productschappen zal GD komend najaar onderzoek doen naar:

    Melkleverende bedrijven:
    - IBR, Neospora, Salmonella, BVD en Q-fever
    Niet-melkleverende bedrijven:
    - Neospora, Salmonella, BVD en leptospirose

    Als u deze stalperiode wordt benaderd voor deelname aan het onderzoek, stellen we uw medewerking erg op prijs. Voor de door u geïnvesteerde tijd, krijgt u inzicht in het voorkomen van bepaalde ziekten op uw bedrijf en voor de sector levert het belangrijke informatie op.

    Linda van Wuijckhuise, dierenarts en Angela Damhuis, productbeheer monitoring
    Bron: GD Herkauwer nr. 49, maandag 27 augustus 2007

  • no-profile-image

    piet

    Dit had al jaren geleden moeten gebeuren. Maar jij verrichte een monsterklus Paul Jansen. Reuze bedankt!

  • no-profile-image

    wandelaar

    Niet mis zeg, Paul Jansen. Wat een berg informatie heb jij bij elkaar gebracht. Ik zie het nu pas omdat de aanzet tot de langverdiende vrije val van onze nationale torentjesidioot mij de hele avond aan de buis kluisterde. Ik ga het morgen s-p-e-l-l-e-n, nu heb ik daar de puf niet meer voor. Maar hardstikke bedankt. Dit is toppie!

  • no-profile-image

    koetje

    Prima reactie Paul,jij legt de vinger op de gevoelige plek.Dierenartsen worden opgeleid om middels preventieve en curatieve zorg de gezondheids status van onze veestapel naar een hoger niveau te brengen.GD voor dieren is hier de aangewezen instelling voor. Niet om als getrainde ruimings specialisten in dienst te treden bij lnv/vwa.

  • no-profile-image

    herkauwer

    Beste Paul, Linda en Angela, wat een supergoeie reactie in dit beginnend forum! Hiermee moeten heel wat geiten-, schapen- en andere dierenhouders een heel eind uit de voeten kunnen. Onbegrijpelijk en bizar dat LNV nooit structureel iets heeft gedaan aan onderzoek en beheersbaar maken van deze en andere dierziekten. We weten nu - dankzij het baanbrekende researchwerk van Spotvogel ten tijde van de vogelgriepcrisis 2003 - hoe de LNV-vork aan de virale- resp. bacteriële steel zit. Het gaat hen er alleen om te saneren zonder alle wettelijk voorgeschreven procedurele rompslomp. Vreselijk dat veel dierenartsen zich toch laten verlokken om daaraan medewerking te verlenen. Want het dient geen enkel zinnig gezondheidsdoel.

Laad alle reacties (13)

Of registreer je om te kunnen reageren.