Home

Achtergrond 103 x bekeken

Zetmeelquotum is geen zelfstandig afschrijfbaar vermogensbestanddeel

De Hoge Raad beslist dat een zetmeelquotum geen zelfstandig afschrijfbaar vermogensbestanddeel is.

De – veronderstelde - door belanghebbende betaalde vergoeding voor het recht maakt deel uit van de verkrijgingsprijs van de aandelen

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:

Een agrarisch ondernemer exploiteert een akkerbouwbedrijf. Op de balans staan onder de noemer 'zetmeelquotum' de aandelen in de F. F houdt zich bezig met het verwerken van aardappelen tot zetmeel. Sinds 1995 wordt aan F een (Europeesrechtelijk) subcontingent voor de productie van zetmeel toegewezen. F ontvangt ook een Europese subsidie. Een aandeel in F geeft stemrecht in de ledenraad, recht op een evenredig deel van het vermogen en tot levering van een tevoren bepaalde hoeveelheid aardappelzetmeel tegen een bepaalde prijs. Toewijzing van het quotum vindt jaarlijks plaats door middel van een teeltcontract. Belanghebbende is van mening dat het aandeel en het leveringsrecht, dan wel het teeltcontract, apart geactiveerd en gewaardeerd moeten worden en dat op de laatste twee kan worden afgeschreven.

De Hoge Raad is het hier niet mee eens. Het recht op toewijzing van een zogenoemd zetmeelequivalent vormt namelijk niet een los van de aandelen bestaand zelfstandig voor afschrijving vatbaar vermogensbestanddeel. De (veronderstelde) door belanghebbende betaalde vergoeding voor het recht maakt deel uit van de verkrijgingsprijs van de aandelen. Afwaardering van die aandelen op lagere bedrijfswaarde is mogelijk, maar dat is hier niet aan de orde omdat de bedrijfswaarde niet is gedaald onder de kostprijs. Ook de stelling van belanghebbende dat zijn situatie vergelijkbaar is met die van boeren met een melk- of suikerquotum (die wel kunnen afschrijven), wordt niet onderschreven door de cassatierechter. Ten overvloede merkt de Hoge Raad nog op dat het eventuele voordeel dat belanghebbende als leverancier geniet doordat aan hem een minimumprijs wordt voldaan, niet als een voordeel uit deelneming in het kapitaal van F is aan te merken.

Het cassatieberoep wordt vervolgens ongegrond verklaard.

Meer informatie: Hoge Raad 18 september 2009, nummer 43.825

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.