Home

Achtergrond 77 x bekeken

Windturbine is volgens AG een onderneming

De vraag of de exploitatie van een windturbine een fiscale onderneming vormt, houdt de praktijk al geruime tijd bezig.

Er worden op dit moment verscheidene (proef)procedures gevoerd. De lagere rechters (rechtbanken en gerechtshoven) hebben tegenstrijdige uitspraken gedaan. Het laatste woord is dan ook aan de Hoge Raad. De adviseur van de Hoge Raad – de Advocaat-Generaal Niessen – stelt dat er sprake is van een onderneming.

In het aan de rechter voorgelegde geval heeft een exploitant van een bloemenkwekerij geïnvesteerd in de aanschaf van een windturbine die hij heeft laten plaatsen op zijn privégrond. De bloemenkweker heeft de opgewekte elektriciteit bij voorbaat verkocht aan een nutsbedrijf. In geschil is of de exploitatie van de windturbine als het drijven van een onderneming moet worden aangemerkt, dan wel tot het box 3-regime behoort.
A-G Niessen meent dat sprake is van winst uit onderneming. Naar zijn opvatting vormt de onderhavige productie van elektriciteit naar haar aard een onderneming. Voor die conclusie acht A-G Niessen niet zozeer de (omvang van de) tijdens de exploitatiefase ingebrachte arbeid beslissend, maar vooral is naar zijn opvatting cruciaal dat het belanghebbende is die het initiatief heeft genomen om de productie-eenheid neer te zetten en daarbij substantiële risico’s op zich heeft genomen.

Het maakt een groot verschil of de windturbines een onderneming vormen of niet. Als zij een onderneming vormen kunnen alle ondernemingsfaciliteiten zoals de energieinvesteringsaftrek (EIA) geclaimd worden. Dit kan niet als er sprake is van box III. Ook verschilt het belastingtarief in box I en III. De praktijk wacht de uiteindelijke uitspraak van de Hoge Raad met spanning af.

Meer informatie:
Rechtbank Haarlem 27 juni 2007, nr. 06/4073
Hof Amsterdam 15 oktober 2008, nr. 07/00488
Conclusie A-G 9 juli 2009, 08/04843, LJN BJ7956

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.