Home

Achtergrond 598 x bekeken

Trainen en zadelmak maken van paarden is belast tegen 6 procent BTW

Slechts het lage BTW-tarief van 6 procent in plaats van (gedeeltelijk) het hoge BTW-tarief van 19 procent is van toepassing bij het trainen en zadelmak maken van paarden.

Dit is de uitkomst van een procedure bij de rechtbank Arnhem.

Volgens de rechtbank is er sprake van slechts 1 dienst en is het trainen en zadelmak maken van paarden – voor wat de BTW-heffing betreft – niet te vergelijken met “manege-paarden”. Daarom wordt de gehele vergoeding tegen het lage BTW-tarief belast.

De overwegingen van de rechtbank zijn de volgende:

De rechtbank is van oordeel dat het geval van eiser in betekenende mate afwijkt van de gevallen waarin de eigenaar zijn paard onderbrengt bij een manege met pensionstallen, zoals aan de orde was in de door verweerder genoemde jurisprudentie. In die gevallen was de eigenaar van het paard immers op zoek naar stalling voor zijn paard en naar een mogelijkheid om in de manege te rijden en eventueel les te krijgen. Bij eiser is voor de eigenaar van het paard de training het kenmerkende element van de prestatie die hij afneemt. De stalling en verzorging is nodig (of in elk geval zeer wenselijk) om de training te kunnen laten uitvoeren, en die stalling en verzorging is niet de reden dat de eigenaar van het paard zich tot eiser wendt. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van één hoofddienst, die bestaat uit verschillende elementen. Voor zover de stalling en verzorging al zouden moeten worden aangemerkt als aparte diensten, dan zijn dat bijkomende diensten die het fiscale lot van de hoofddienst volgen. De stalling en verzorging is immers voor de onderhavige afnemers geen doel op zich, maar een middel om de hoofddienst van eiser, het trainen, zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

Bovenstaand oordeel geldt temeer nu de verzorging van de paarden een onderdeel is van de training, zoals inmiddels niet meer tussen partijen in geschil is. Dit geeft immers aan dat de training en de verzorging in de stal in dit geval onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

De omstandigheid dat het paard per dag veel meer uren in de box staat dan dat het wordt getraind of verzorgd, zoals verweerder heeft benadrukt, doet er niet aan af dat de training van het paard het kenmerkende element is van de prestatie.

Het bovenstaande brengt mee dat de prestatie van eiser, bestaande uit training van een paard inclusief stalling en verzorging, voor de omzetbelasting moet worden belast naar het tarief dat geldt voor het trainen van een paard. Partijen zijn het erover eens dat dit tarief 6% bedraagt. Gezien de opmerkingen onder post B16 van het goedkeurende besluit van de Staatsecretaris van 29 september 2007 (nr. CPP 2007/536M, V-N 2007/54.22), volgt de rechtbank partijen hierin.

Meer informatie:
rechtbank Arnhem 6 augustus 2009, nummer AWB 08/4640

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.