Home

Achtergrond 63 x bekeken

Nederlanders lieten cookies en Yankees achter

Van 'cookie' en 'waffle' tot 'dollar' en 'Santa Claus': het zijn enkele van de woorden die de Nederlanders in Amerika hebben achtergelaten.

De eerste Nederlandse kolonisten heetten vooral Jan en Kees, dat de latere Engelse kolonisten verbasterden tot Yankees. Inmiddels is het een verzamelnaam voor de Amerikanen geworden.

Taalkundige Nicoline van der Sijs heeft 250 Nederlandse woorden op een rijtje gezet die in het Amerikaans zijn opgepikt. De Nederlandse Taalunie presenteerde donderdag in New York haar boek Cookies, Coleslaw and Stoops, het resultaat van een onderzoek van Van der Sijs naar de invloed van de Nederlandse taal in Amerika.

Ze deed het onderzoek omdat VOC-kapitein Henry Hudson vierhonderd jaar geleden voor anker ging bij Manhattan. Met het handjevol Nederlanders dat met de Brit meereisde, zette ook de Nederlandse taal voor het eerst voet aan wal in Amerika.

Ingeburgerd

Veel Nederlandse woorden zijn in onbruik geraakt of worden nog slechts door een klein groepje gesproken, maar sommige zijn definitief ingeburgerd in de Amerikaanse taal. Andere kolonisten namen van de Nederlanders vooral woorden over die te maken hadden met eten, huisraad, gereedschap, kleding, handel en geld.

Zo kozen de Amerikanen ervoor om een cookie - koekje - bij de koffie aan te bieden in plaats van het Engelstalige biscuit. Het werd voor het eerst opgeschreven in 1703, zo ontdekte Van der Sijs. De Nederlandse kolonisten introduceerden ook Sinterklaas, later verbasterd tot Santa Claus. En voor de munteenheid werd dollar gekozen, afkomstig van daalder, en niet voor het Engelse pound.

Ook de indianen namen woorden van de Nederlanders in bruikleen. Woorden als appel, pannenkoek en poes vonden hun weg naar allerlei indianentalen. Zo noemden de Loup-indianen, woonachtig aan de Amerikaanse oostkust, een kat op een gegeven moment 'puspus'.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.