Home

Achtergrond 431 x bekeken

Fiscale landbouwregelingen blijven bestaan

In de miljoenennota wordt ook stilgestaan bij de in het afgelopen jaar gehouden evaluatie van de fiscale regelingen voor de landbouw.

Het betreft de landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting, de BTW-regeling voor de landbouw en de diverse vrijstellingen in de overdrachtsbelasting voor de landbouwsector)

Het kabinet wil dat de fiscale landbouwregelingen blijven bestaan. De overwegingen van het kabinet zijn hieronder weergegeven.

De landbouwregeling in de omzetbelasting

Deze regeling houdt in dat landbouwers geen btw verschuldigd zijn over hun prestaties. Daartegenover staat dat zij dan ook geen recht op aftrek van btw-voorbelasting hebben. Zij hoeven geen btw-administratie te voeren en geen factuur uit te reiken. De afnemers van deze landbouwers brengen 5,1% als voorbelasting in aftrek.

De landbouwer kan ook opteren om normaal in de heffing van de btw te worden betrokken.De regeling is gebaseerd op communautaire regelgeving. De belangrijkste overweging om in het toenmalige EEG-verband de regeling te treffen was het feit dat landbouwers in het algemeen geen boekhouding voerden. In ons land zijn als argumenten voor de invoering gehanteerd dat er een mogelijk concurrentienadeel zou optreden ten opzichte van landbouwers in andere lidstaten die wel een speciale landbouwregeling toepasten en dat het betrekken van landbouwers in de btw-heffing voor een deel geen effect zou hebben, omdat zij dan van de kleine ondernemersregeling gebruik zouden gaan maken. Het kabinet deelt de mening van deonderzoekers dat de oorspronkelijke argumenten voor invoering van de regeling voor het grootste deel hun gelding hebben verloren. De groep landbouwers die de regeling toepast wordt echter steeds kleiner en de administratieve lastenverzwaring die voor hen zou optreden als de regeling zou worden afgeschaft, past niet in de doelstellingen van het kabinet om de administratieve lastendruk voor bedrijven te verminderen.De regeling is doelmatig en kosteneffectief. Het kabinet heeft daarom de aanbeveling overgenomen om de btw-landbouwregeling ongewijzigd te continueren.

De landbouwvrijstellingen in de overdrachtsbelasting

De evaluatie van de vrijstellingen in de overdrachtsbelasting voor de landbouw heeft betrekking op de vrijstellingen zoals die tot en met 2006 in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) waren opgenomen.De hoofddoelen ervan waren de landbouwstructuur te verbeteren en de verplaatsing van land- en tuinbouwbedrijven als gevolg van overheidsingrijpen niet te belasten. Het kabinet onderschrijft de conclusies van de onderzoekers dat de geëvalueerde vrijstellingen doeltreffend en doelmatig zijn. Over de door de onderzoekers geconstateerde knelpunten en belemmeringen (tot 2006) had het kabinet al eerder signalen ontvangen.Per 1 januari 2007 is daarom een integrale vrijstelling van overdrachtsbelasting voor bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond ingevoerd.

De landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting

De landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting houdt in dat waardeveranderingen van grond die behaald wordt bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van een landbouwbedrijf is vrijgesteld van belasting. Waardeveranderingen die ontstaan zijn binnende onderneming (interne waardeveranderingen) en niet-agrarische waardeveranderingen zijn wel belast. De argumentatie voor de invoering van de landbouwvrijstelling destijds was de bijzondere positie van landbouwgrond binnen de landbouwonderneming en de gedachte dat de landbouwer die op eigen grond zijn bedrijf uitoefent twee functies in zich draagt, landbouwer-ondernemer en privé-eigenaar van landbouwgronden. De landbouwer-eigenaar moest in die gedachte fiscaal hetzelfde worden behandeld als de eigenaar-verpachter. Het kabinet is het eens met de conclusie van de onderzoekers dat de gehanteerde rechtvaardigingsgrondenvoor de landbouwvrijstelling aan belang hebben ingeboet.

Volgens het kabinet is de landbouwvrijstelling echter nog steeds van groot belang bij de financiering van bedrijfsopvolgingen, bedrijfsverplaatsing, alsmede bij bedrijfsbeëindiging voor de oudedags-voorziening. Daarnaast zijn de gevolgen van een afschaffing van de regeling op de grondprijs en op de grondmobiliteit onduidelijk en zou afschaffing zonder herwaardering van de grond er toe leiden dat ondernemers direct te maken krijgen met een aanzienlijke belastinglatentie, hetgeen voor het kabinet niet aanvaardbaar is. Daarom isgeconcludeerd dat er thans geen aanleiding bestaat de landbouwvrijstelling te wijzigen of af te schaffen.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.