Home

Achtergrond 169 x bekeken

Clavibacter niet via zaad of plantmateriaal

De clavibacterbesmettingen op Nederlandse tomatenbedrijven zijn niet te herleiden tot plantenkwekers of zaadfirma's.

Dat laat de Plantenziektenkundige Dienst (PD) weten. Het onderzoek richt zich nu nog op mogelijke onderlinge besmettingen van de bedrijven.

Volgens de woordvoerder van de PD is op negen tomatenbedrijven tot nog toe clavibacter ontdekt. Na de melding in mei van vier bedrijven en in juli van nog twee zijn er in de zomer drie bedrijven bijgekomen. De sector was hierover onaangenaam verrast omdat men dacht dat met strengere hygiënemaatregelen bij zaadfirma’s en plantenkwekers de risico’s waren ingedamd.

Nu blijkt dat de besmettingen niet terug te herleiden zijn tot de leverancier van zaad of plantmateriaal, stelt de PD. Bij andere telers met planten van dezelfde leverancier werd immers geen besmetting aangetroffen. Ook bij zaadfirma’s zijn geen sporen aangetroffen van besmetting.

Volgens de PD zijn de besmettingen op de bedrijven lokaal in het gewas, zodat de effecten van de besmetting beperkt bleven. Dat roept volgens Martin Duijndam, vice voorzitter van de gewascommissie tomaat van LTO Groeiservice, de vraag op of de hygiënemaatregelen op de bedrijven niet omhoog moet. Eerst wil hij de onderzoeken nog afwachten.

De PD verwacht over enkele weken via DNA-onderzoek te kunnen zeggen of er overeenkomsten zijn tussen de besmettingen, zodat deze mogelijk dan wel te herleiden zijn. De bedrijven liggen verspreid over de grote tuinbouwlocaties in Nederland, zegt de PD-woordvoerder. Hij wil niet zeggen welke rassen in het onderzoek betrokken zijn.

De negen besmette teeltbedrijven staan onder controle van de PD, maar mogen gewoon product leveren. De besmette planten worden verwijderd met een aantal planten daaromheen. Zo is clavibacter hanteerbaar, stelt de Plantenziektenkundige Dienst.

Of registreer je om te kunnen reageren.