Home

Achtergrond 103 x bekeken

Winstrechtconstructie met BV bij emigratie niet geaccepteerd door rechter

Een naar Frankrijk geëmigreerde veehouder moet alsnog direct belasting betalen over de verkoopopbrengst van het melkquotum.

Een BV-constructie om de belastingheffing uit te stellen wordt niet door de fiscale rechter geaccepteerd.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank de volgende: X oefende tot 2001 een veehouderijbedrijf en is per 1 januari 2001 een maatschap aangegaan met zijn echtgenote Y, waarbij X zijn veehouderijbedrijf heeft ingebracht en waarbij het melkquotum geruisloos is doorgeschoven naar Y. Bij akte van 11 maart 2002 hebben X en Y [X] BV opgericht, waarvan zij ieder voor 50 procent aandeelhouder werden. Bij overeenkomst van 19 juli 2002 heeft Y het melkquotum tegen een langdurig winstrecht verkocht aan [X] BV.[X] BV heeft vervolgens het melkquotum voor € 343.441 geactiveerd op haar balans en is daarop gaan afschrijven. Daar tegenover heeft Z op haar balans een winstrechtverplichting gepassiveerd. Verder heeft zij een geprognosticeerde rentelast geactiveerd ter grootte van € 97.174 en de winstrechtverplichting daarmee verhoogd.Per 1 januari 2002 is [X] BV (in oprichting) toegetreden tot de maatschap. De winstverdeling is sindsdien als volgt: alle vennoten ontvangen een rentevergoeding over hun kapitaal, X en Y ontvangen ieder een arbeidsvergoeding en [X] BV ontvangt een leasevergoeding voor de inbreng van het melkquotum. Van de daarna nog resterende winst ontvangen X en Y ieder 5 procent en [X] BV 90 procent.

In de loop van 2002 is het veehouderijbedrijf in gedeelten verkocht en zijn X en Y geëmigreerd naar Frankrijk waar zij een nieuw landbouwbedrijf hebben opgezet. Het melkquotum is in 2002 aan derden verkocht voor € 366.684. De rechtbank oordeelt dat het melkquotum aan [X] BV tegen een langjarig winstrecht is verkocht in het zicht van de verkoop van dat melkquotum aan derden en beslist dat in dat geval het voorzichtigheidsbeginsel niet meebrengt dat uitstel van winstneming tot de ontvangst van de winstuitkeringen is toegestaan. Verder beslist de rechtbank dat [X] BV het quotum moet activeren tegen de waarde ten tijde van de overdracht aan haar en dat zij daarop niet kan afschrijven en de bij de doorverkoop behaalde verkoopwinst niet kan doteren aan een vervangingsreserve omdat zij het quotum niet als bedrijfsmiddel, maar als voorraad heeft gehouden.

Meer informatie: Rechtbank ’s-Gravenhage 15 mei 2009, nummer AWB 06/3665

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.