Home

Achtergrond 77 x bekeken 2 reacties

Sympathiek woningplan

CDA-Kamerlid Ruud van Heugten verrast met zijn initiatief-wetsvoorstel om de verkoop van agrarische bedrijfswoningen vlot te trekken.

Met zijn plan wil de parlementariër ook direct proberen de problemen voor omliggende agrarische bedrijven op te lossen. De omzetting van een bedrijfswoning na beëindiging van het bedrijf in een woonhuis voor de ex-boer of koper levert tal van problemen op. De voormalige agrariër mag er eigenlijk niet wonen, al wordt dat vaak wel gedoogd. Officieel is volgens de milieuwetgeving sprake van een gewone woning. Daar ondervinden agrarische bedrijven in de omgeving problemen van in hun bedrijfsvoering: zij kunnen veel moeilijker een milieuvergunning krijgen. Gezien die gevolgen wordt ook de verkoop van voormalige agrarische bedrijfswoningen belemmerd. Een gevolg daarvan kan weer leegstand en verpaupering zijn.

Van Heugten introduceert het wettelijke begrip plattelandswoning. Het sympathieke plan neemt alle complicaties weg. Ook is de zaak door het voorstel landelijk gelijk geregeld, iets wat door het al dan niet gedogen nu niet het geval is. Bijkomend voordeel is dat nieuwkomers op het platteland zich bij aankoop realiseren dat zij in een actieve agrarische omgeving gaan wonen, met de consequenties vandien. Dat is een extra plus in het realiseren van een vitaal platteland.

Agrarisch Dagblad

Laatste reacties

  • no-profile-image

    gert

    Ook een inburgeringscursus voor nieuwe bewoners en klagende bewoners van het platteland verplicht stellen,ook de nieuwe bewoners leges laten betalen voor klachten bij de gemeente

  • no-profile-image

    melkveehouder

    De opmerking in het artikel dat een rustend agrariër na bedrijfsbeëindiging eigenlijk niet mag wonen in de (voormalige) bedrijfswoning is onjuist. Juridisch is dit wel degelijk toegestaan, de Raad van State heeft hierover reeds haar oordeel geveld.
    Hoewel het voorstel van van Heugten sympathiek lijkt, zitten hier m.i. de nodige haken en ogen aan waar de agrarische sector op termijn de rekening van gepresenteerd kan krijgen. Op het moment dat bewoning door een burger in een agrarische bedrijfswoning wordt toegestaan, is de feitelijke situatie burgerbewoning ondanks dat dit in het bestemmingsplan anders is gereguleerd. Als op enig moment echter het bestemmingsplan wordt aangepast, zal dit (moeten) gebeuren aan de hand van de feitelijke situatie. Dit kan m.i. door de nieuwe bewoner worden geëist c.q. afgedwongen. Concreet betekent dit in het nieuwe bestemmingsplan omzetting van de agrarische bestemming in burgerbestemming. Na vaststelling van dit (nieuwe) bestemmingsplan vervallen de oude rechten, en dient bij een aanvraag voor herziening van de milieuvergunning of uitbreiding, in het kader van de milieuwetgeving, getoetst te worden aan de dan geldende (strengere) afstandseisen die gelden voor een normale burgerwoning. En dan heeft de aangrenzend agrariër die binnen de hiervoor geldende stankcirkel zijn bedrijf heeft liggen een fiks probleem.
    Hopelijk realiseert het CDA zich wat dit voor de agrarische sector kan betekenen.

Of registreer je om te kunnen reageren.