Home

Achtergrond 208 x bekeken

Stille vennoot toch aansprakelijk voor belastingschuld

Veel ondernemers oefenen hun agrarische onderneming uit in de vorm van een commanditaire vennootschap (cv). Een cv kent twee typen vennoten: een of meer beherende vennoten en een of meer commanditaire vennoten.

Een commanditaire vennoot (commandiet) loopt in beginsel een beperkt vermogensrisico. Het risico beslaat maximaal het verlies van het vermogen - vaak geld of bedrijfsmiddelen zoals een melkquotum - dat de commandiet in de cv heeft ingebracht.

Volgens het Wetboek van Koophandel geldt het beperkte risico voor een commandiet onder omstandigheden niet. Dit is het geval als:• de commandiet beheersdaden in de cv verricht, aangezien de beherend vennoot immers de beheersdaden behoort te verrichten;• de commandiet werkzaam is in de zaken van de cv;• de naam van de commandiet in de cv-naam voorkomt.

Doen bovengenoemde omstandigheden zich wel voor, dan is de commandiet hoofdelijk verbonden en dus hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen en schulden van de cv. Commandieten moeten daarom uiterst terughoudend zijn in het zich mengen in het dagelijkse wel en wee van de cv.

Behoedzaamheid in het treffen van de gepaste maatregelen is geboden als de zaken in de cv niet gaan zoals gehoopt. Een te autonome opstelling van een commandiet bij het beëindigen van een cv zonder goede toekomstperspectieven kan een kostbare aangelegenheid zijn, zo blijkt uit een feitelijke uitspraak van Hof Amsterdam.

De procedure betrof - heel verkort weergegeven - het volgende. Een zoon ging eind 2001 een cv aan met een bv van zijn vader. De zoon was daarbij de beherend vennoot en de bv van zijn vader de commanditaire vennoot. De vader was bestuurder-grootaandeelhouder van de bv. De cv exploiteerde een restaurant in een gehuurd pand. Aanvankelijk gingen de zaken goed maar in de loop van 2002 kwam de klad erin. Vader en zoon kwamen kort daarop tot het inzicht dat het uiteindelijk beter was om de cv de te beëindigen. De cv had inmiddels hoge belastingschulden opgebouwd. De vader zocht een koper voor het restaurant. Op 1 juni 2003 verkocht hij via zijn bv het restaurant aan de nieuwe exploitant.

De ontvanger van de belastingdienst was van mening dat de bv met onder meer de verkoop van het restaurant beheersdaden had verricht en stelde zowel de bv als de vader als bestuurder van de bv hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de cv.

Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam waren het gezien de feiten en omstandigheden met de ontvanger eens. De bv en de vader slaagden ook niet in te bewijzen dat het niet aan hen was te wijten dat de verschuldigde belasting niet was voldaan (de zogenoemde disculpatiemogelijkheid). De waarschijnlijk goedbedoelde acties van de vader keerden zich per saldo als een boemerang tegen hem.

Meer informatie: Hof Amsterdam, 4 juni 2009, nummers 07/00491 en 07/00492

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.