Home

Achtergrond 104 x bekeken

Op 175 kilometer gelegen landerijen vormen geen naburige gronden

Op 175 kilometer afstand gelegen landerijen zijn niet naburig volgens het Gerechtshof en de Hoge Raad. De naburigheidsvrijstelling voor de overdrachtsbelasting is daarom niet van toepassing.

Kort samengevat is de aan de rechter voorgelegde zaak de volgende:

belanghebbende drijft met zijn echtgenote in maatschapsverband een agrarische onderneming (vleesvarkenshouderij) in de provincie Gelderland. In 1992 hebben zij twee in de provincie Groningen gelegen percelen grond in eigendom verkregen. In 1998 verkrijgen zij nog een aantal in de provincie Groningen gelegen landbouwgronden in eigendom. De afstand tussen de gebieden in Gelderland en Groningen is ongeveer 175 km. De echtgenoten hebben het standpunt ingenomen dat (een deel van) de verkrijging in 1998 valt binnen het bereik van de zogenoemde landbouwstructuurvrijstelling.

De inspecteur en het Hof Arnhem zien dat echter anders. De landerijen in Gelderland kunnen met betrekking tot de verkrijging van de gronden in Groningen volgens het hof niet als naburig worden aangemerkt. Niet in geschil is dat de in 1992 en in 1998 in Groningen verkregen gronden wel als naburig kunnen worden aangemerkt. Belanghebbende slaagt er echter niet in feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die volgens het hof de conclusie rechtvaardigen dat in relatie tot deze gronden voldaan is aan de eis van verbetering van de landbouwstructuur.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Meer informatie: Hoge Raad 10 juli 2009, nummer 43.413,
Hof Arnhem 8 juni 2006, nummer 03/02282

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.