Home

Achtergrond 694 x bekeken

Meer duidelijkheid over fiscaliteit en Ruimte voor Ruimte-regelingen

De Minister van VROM geeft in een brief meer duidelijkheid over de belastingheffing rondom Ruimte voor Ruimteregelingen.

De brief heeft weliswaar betrekking op glastuinbouw maar de uitleg van de fiscale regelingen geldt ook voor andere Ruimte voor Ruimte- of Rood voor Rood-projecten. In de brief wordt onder meer aangegeven dat er sprake is van overheidsingrijpen (zodat de verruimde HIR van toepassing is) en dat als de deelnemende particulier zelf in de nieuwe woning gaat wonen er geen sprake is van resultaat uit overige werkzaamheid.

Hieronder is dat gedeelte van de brief opgenomen dat de fiscaliteit betreft:

Onduidelijkheden rond fiscaliteit en staatssteun

Fiscaliteit
Er bestaat onduidelijkheid over de wijze van belasten (fiscaal regime) in de gevallen waarin de tuinder in het verleden zijn bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt en heeft afgerekend met de fiscus, maar wel zijn kassen heeft laten staan. Indien met deze kassen wordt deelgenomen aan de Ruimte voor Ruimteregeling, is de vraag of afrekening moet plaatsvinden op basis van vermogen (box 3, wat relatief aantrekkelijk is) of op basis van inkomsten uit werk (box 1, wat relatief onaantrekkelijk is).
Deze onduidelijkheid leidt tot minder animo onder tuinders voor deelname aan de Ruimte voor Ruimteregeling, waardoor minder verspreid liggende kassen worden opgeruimd. Ook is het de vraag of de herinvesteringsreserve kan worden toegepast als bedrijven verplaatsen met behulp van deze regeling.

Staatssteun
Medefinanciering (subsidie) door overheden bij verplaatsing van bedrijven in de glassector dient te voldoen aan de EU-bepalingen voor staatssteun, in het bijzonder de communautaire regels voor staatssteun in de landbouwsector. Op dit moment bestaat onduidelijkheidover de mate waarin de beschikbare subsidies aan deze regels voldoen.

Daarnaast duurt het proces om te bepalen of de staatssteun geoorloofd is te lang. Dit maakt overheden terughoudend financieel bij te dragen aan verplaatsingsprojecten.

Oplossing:
d1) Verduidelijken van de fiscale mogelijkheden bij beëindiging op locatie en in geval van verplaatsing naar een nieuwe locatie.Met de staatssecretaris van Financiën heb ik overlegd over het fiscale regime waaronder de opbrengsten voor tuinders van de Ruimte voor Ruimteregeling vallen.

Vooropgesteld wordt dat de fiscale regelgeving op een juiste wijze moet worden toegepast. De concrete feiten en omstandigheden zijn bepalend voor de fiscale behandeling. Ik hecht eraan te benadrukken dat in het beleidsbesluit van de staatssecretaris van Financiën van 27 mei 2008, nr. CPP 2008/830, voor ondernemers is bepaald dat bij deelname aan de Ruimte voor Ruimteregeling de landbouwvrijstelling van toepassing is. Dit besluit is in de uitvoeringspraktijk goed ontvangen.

Verder speelt de vraag of de Ruimte voor Ruimteregeling als overheidsingrijpen kan worden aangemerkt. In dat geval kan namelijk bij een bedrijfsverplaatsing de herinvesteringsreserve worden toegepast. Vooruitlopend op een nog uit te brengen beleidspublicatie kan worden gemeld dat in het onderhavige geval sprake is van overheidsingrijpen. In voormelde beleidspublicatie zal expliciet de Ruimte voor Ruimteregeling (en andere soortgelijke regelingen) worden aangemerkt als vorm van overheidsingrijpen als genoemd in artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel b, Wet IB 2001. Dit zal bedrijfsverplaatsing aantrekkelijker maken.

Voor de vraag of na staking van een onderneming sprake kan zijn van een zogenoemde nagekomen bedrijfsbate, is van belang of de Ruimte voor Ruimteregeling al van kracht was ten tijde van de staking van de onderneming.

Daarnaast is er onduidelijkheid wanneer bij een particulier al dan niet sprake is van een resultaat uit overige werkzaamheden (box 1). Ook hier zijn de concrete feiten en omstandigheden beslissend.

Ter verduidelijking geef ik het volgende voorbeeld:

Stel een particulier verkrijgt twee bouwkavels in het kader van Ruimte voor Ruimteregeling. Ingeval deze particulier op een kavel een nieuwe woning voor zichzelf bouwt is er geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden voor die kavel. Echter, bij verkoop van eenverkregen kavel aan een derde dient het voordeel van die verkochte kavel te worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden, omdat dit normaal vermogensbeheer te buiten gaat.’

Meer informatie: Tweede Kamer, 30 juni 2009, nr. 29435, nr. 242

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.