Home

Achtergrond 198 x bekeken

Hoogte toegekende WEVAB (onder)grond woning in geschil

Een agrarier heeft cassatie bij de Hoge Raad ingesteld tegen de hofuitspraak over de toepassing van de landbouwvrijstelling op de boekwinst op de (onder)grond van een woning en de overige grond.

Kort samengevat is de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak de volgende:

A heeft de landbouwonderneming van zijn vader voortgezet. In 1997 verkoopt hij 2,5 ha cultuurgrond. In 2001 verkoopt hij aan Vastgoed bv, voor particuliere bewoning, 1.01.70 ha grond met opstallen voor € 397 000.
In 2002 verkoopt Vastgoed bv de grond met opstallen voor € 504 200 aan veehouder B. De Belastingdienst heeft de waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (Wevab) van de grond vastgesteld op € 170 000.In geschil is in hoeverre de boekwinst op de grond onder de landbouwvrijstelling valt. Daarbij is de vraag hoe de verkoopopbrengst moet worden uitgesplitst over de opstallen en de grond van belang.

De rechtbank stond niet stil bij de uitsplitsing van de verkoopopbrengst over de in de verkoop betrokken zaken en oordeelde dat A een hogere Wevab dan die door de inspecteur was vastgesteld, niet aannemelijk maakt. Volgens het hof is het besluit van 8 maart 2006, nr. CPP2005/3338M niet rechtstreeks van toepassing, omdat de woning van A al was verkocht op het tijdstip waarop dat begunstigende beleid werd uitgevaardigd. Het hof oordeelt niet aannemelijk dat de Wevab van de ondergrond van de woning hoger was dan door de inspecteur is vastgesteld. Verder heeft A de Wevab van de overige grond niet (voldoende) betwist en niet aannemelijk gemaakt dat de koopsom anders moet worden uitgesplitst. De door B aan Vastgoed bv betaalde koopprijs kan niet dienen als maatstaf voor de Wevab die aan de grond ten tijde van de vervreemding kan worden toegekend.

In zijn cassatieberoepschrift stelt A dat de Wevab gelijk is aan de waarde in het economische verkeer, omdat sprake is van verkoop onder voortzetting van agrarisch gebruik. Volgens de staatssecretaris is van dit laatste echter geen sprake. A heeft de grond verkocht aan Vastgoed bv, die voornemens was de grond te gaan gebruiken voor particuliere bewoning. Dat zij die grond later verkocht heeft aan een veehouder, doet geen afbreuk aan de omstandigheid dat A de grond verkocht heeft aan een koper die de grond buiten de agrarische sfeer wilde aanwenden en met het oog daarop gekocht heeft.Het laatste woord is aan de Hoge Raad.

Meer informatie:
Lopende procedure Hoge Raad , nr. 2009/00210

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.