Home

Achtergrond 187 x bekeken

Btw-integratieheffing deels in strijd met Europese Richtlijn

Het gerechtshof in Den Haag heeft een voor de agrarische praktijk belangrijke uitspraak gedaan. Volgens het Hof is de zogenaamde btw-integratieheffing van Nederland deels in strijd met de Europese Richtlijn.

Heffing van btw over btw-vrij aangekochte goederen (zoals grond) is volgens het hof niet toegestaan als deze grond voor het bebouwen aan bijvoorbeeld een aannemer ter beschikking wordt gesteld. De btw-integratieheffing beoogt een (deels) vrijgestelde ondernemer die eigen mensen en goederen inzet voor het bouwen van een eigen onroerende zaak en daardoor geen btw -kosten heeft, in een gelijke positie te brengen met een ondernemer die een onroerende zaak gebruiksklaar met btw aanschaft en deze btw (geheel of gedeeltelijk) niet in aftrek kan brengen.

Ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten, berekenen geen btw over hun prestatie maar mogen de btw die aan hen in rekening wordt gebracht ook niet in aftrek brengen. Bij vrijgestelde prestatie kun je bijvoorbeeld denken aan een groot aantal bancaire en verzekeringsprestaties, medische prestaties, onderwijsactiviteiten de landbouwregelaar en de verhuur van onroerend goed zoals woningen en kantoorpanden.

In de Nederlandse btw-wet is een bepaling opgenomen die wil voorkomen dat dergelijke ondernemers, die (gedeeltelijk) vrijgestelde prestaties verrichten, btw kunnen besparen door bij het (laten) vervaardigen van goederen bijvoorbeeld gebruik te maken van eigen mensen of goederen waarop bij aanschaf geen btw drukte en/of die zij al langer in hun bezit hebben (bijvoorbeeld grond). Door zo min mogelijk uit te besteden, zijn de aan hen in rekening gebrachte kosten, en dus de daarover berekende niet-aftrekbare btw, zo laag mogelijk.

Om dit te voorkomen is de zogeheten ‘integratielevering’ in het leven geroepen. Als gevolg van deze maatregel moeten (gedeeltelijk) vrijgesteld presterende ondernemers btw betalen over de volledige kosten die zij hebben gemaakt om over een bepaald goed te kunnen beschikken, zoals -in het geval van een onroerende zaak- de zonder btw aangekochte grond, dan wel de reeds geruime tijd in bezit zijnde grond. Zij mogen wel alle btw op kosten gemaakt in het kader van de aanloop naar deze ‘integratielevering’ in aftrek brengen.

De regel beoogt het mogelijke btw-voordeel weg te nemen door een vrijgestelde ondernemer die veel eigen mensen en goederen inzet voor het bouwen van een eigen onroerende zaak, in een gelijke positie te brengen met een ondernemer die een onroerende zaak gebruiksklaar met btw aanschaft en deze btw (geheel of gedeeltelijk) niet in aftrek kan brengen.

Het belangrijkste gevolg van de integratielevering is dat door deze bepaling (gedeeltelijk) vrijgestelde ondernemers ook (geheel of deels niet aftrekbare) btw moeten betalen over de door hun ter beschikking gestelde grond.

Naar aanleiding van opgelegde btw-naheffingsaanslagen heeft een aantal gemeenten (die van btw vrijgestelde sportcomplexen verhuren) bezwaar gemaakt en daarna beroep ingesteld. De argumenten van de gemeenten volgend heeft Hof Den Haag op vrijdag 26 juni 2009 bepaald dat de Nederlandse regels inderdaad te ver gaan.

Het hof is van mening dat een afnemer zonder aftrekrecht die veel eigen goederen en personeel inzet, zou moeten worden gelijkgesteld met een afnemer die een gereed goed koopt zonder voor de totstandkoming van het goed personeel of andere goederen ter beschikking te stellen.

Dit is ook wat de Europse btw-regelgeving, waarop de Nederlandse wet is gebaseerd, beoogt te bewerkstelligen. Maar in die gelijkstelling past niet dat de zonder btw aangeschafte grond hierdoor moet worden belast met btw bij het uitbesteden van de bouw van een onroerende zaak op deze grond.

Hierin gaan de Nederlandse regels verder dan de Europese regels toestaan, aldus het hof. Extra heffing van btw over btw-vrij aangekochte goederen (zoals grond) is dus volgens het hof niet toegestaan als deze grond voor het bebouwen aan bijvoorbeeld een aannemer ter beschikking wordt gesteld.

Het is nog geen gelopen koers. In 1997 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de integratielevering niet in strijd is met de Europese btw-regelgeving. Meer recent heeft ook de Advocaat-Generaal, raadgever van de Hoge Raad, ook in die zin geoordeeld. Het is niet daardoor niet ondenkbaar dat de staatssecretaris zich niet zomaar zal neerleggen bij de uitspraak van het hof en cassatie zal instellen bij de Hoge Raad.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.