Britse varkenshouders zijn ernstig bezorgd over de mogelijke invoer van biggen uit Nederland en andere Europese landen.
De dieren kunnen ziekten met zich meebrengen en de verkoop van het vlees zal leiden tot verwarring over de Britse kwaliteitssystemen, vrezen de Britten. Varkensbedrijven uit Nederland en Denemarken, maar ook Britse boeren, kijken serieus naar de mogelijkheid om biggen naar Groot-Brittannië te brengen en daar verder af te mesten.
De Britse varkensprijzen liggen al maanden hoger dan het EU-gemiddelde. Biggen kosten in Nederland half zo veel als in Groot-Brittannië. Ook de koers van het pond tegenover de euro maakt zo’n handel interessant. In Britse varkenskringen is bekend dat de eerste lading Nederlandse biggen binnen enkele weken te verwachten is.
De National Pig Association (NPA) wil de invoer van biggen tot elke prijs verhinderen. De invoer van fokdieren uit Denemarken en Nederland wordt wel veilig geacht, maar biggen is een ander verhaal, denkt de NPA. De organisatie vreest vooral dat de dieren MRSA, klassieke varkenspest, Aujeszky of hardnekkige varianten van PRRS kunnen binnenbrengen. De Britse autoriteiten mogen de dieren niet op dergelijke ziekten testen, omdat dat verboden is onder EU-regels.
"Wij hebben een hoge gezondheidsstatus dankzij het water dat ons scheidt van andere landen. Alle varkenshouders die we hierover spreken veroordelen het binnenbrengen van biggen vanwege de risico’s voor de gezondheid van onze eigen varkensstapel." De NPA wijst erop dat vlees van ingevoerde dieren niet in aanmerking komt voor het Britse kwaliteitsmerk. Dat betekent dat meer dan nu vastgesteld moet worden waar de het vlees vandaan komt.
"De mester zal moeten voldoen aan de wettelijke eisen voor de identificatie van elk varken. Het is de verantwoordelijkheid van de varkenshouder om ervoor te zorgen dat elke consument weet waar de dieren vandaan komen."