Home

Achtergrond 237 x bekeken 1 reactie

'Toluca nog steeds resistent tegen phytophthora'

Het biologische aardappelras Toluca is nog steeds volledig resistent tegen phytophthora.

Dat in een laboratorium drie isolaten van phytophthora de resistentie hebben omzeild, is een theoretisch gegeven, vindt commercieel directeur Jan van Hoogen van Agrico. Toluca is gekweekt door Agrico en in 2007 op de Europese rassenlijst verschenen. Het ras is dankzij het Blb2-gen volledig resistent tegen phytophthora. Het onderzoeksinstituut Plant Research International (PRI-WUR) meldt dat in het laboratorium drie isolaten van phytophthora het gen hebben omzeild. PRI onderzoekt jaarlijks honderden isolaten om te kijken of de ziekteverwekker verandert.

In het veld is niets te merken van vermindering van de resistentie van Toluca, stelt Van Hoogen. "Wilde aardappelen met dit gen groeien al eeuwenlang op plekken in Mexico met een zeer hoge phytophthoradruk. We hebben nog nooit gezien dat de resistentie vermindert. Ook op proefvelden in Nederland met een hoge phytophthoradruk is daar niets van te merken. De conclusie van het PRI is overtrokken. Dat je in het laboratorium een paar isolaten vindt, wil niet zeggen dat dat in de prakijk ook gaat gebeuren."

Het Blb2-gen is ook gebruikt in het ras Bionica van kweekbedrijf C. Meijer. Guus Heselmans, manager van het veredelingsbedrijf, erkent dat resistenties doorbroken kunnen worden. "Maar als dat onder laboratoriumomstandigheden gebeurt, hoeft dat niks te zeggen. Zijn die isolaten wel in staat om in de vrije natuur te overleven? Bovendien gebruiken we verschillende genen om resistentievorming tegen te gaan."

Toluca en Bionica zijn prima rassen voor de biologische teelt, stelt Geert Kessel, onderzoeker van PRI. "Het zou volkomen onterecht zijn deze rassen in een verkeerd daglicht te stellen. Maar we willen telers hier wel op wijzen om te voorkomen dat deze isolaten zich ongemerkt verspreiden."

Nederland is het eerste land waar het doorbreken van dit gen is geconstateerd, zegt Kessel. "Maar ons land is ook het enige land ter wereld dat zo veel onderzoek doet naar phytophthora."

Eén reactie

  • no-profile-image

    Wilbert Flier

    De reactie van de aardappelkwekers Agrico en C. Meyer op de detectie van een 3-tal isolaten van P. infestans die het Blb2 gen afkomstig van S. bulbocatanum kunnen omzeilen kent 2 grove onjuistheden die de óntdekking van onderzoekers van PRI in een ander daglicht plaatsen.
    Allereerst is het centrum van diversiteit van P. infestans in de Toluca Vallei van Centraal Mexico te vinden. Hier is een grote genetische verscheidenheid en virulentie (=vermogen tot aantasting) van het pathogeen te vinden, zowel op wilde als gecultiveerde aardappelen. De donorplant van het Blb2 gen komt voor in semi aride plaatsen in andere delen van Mexico. Hierdoor is het zeer de vraag of er een lange co-evolutie is geweest tussen S. bulbocastanum en P. infestans, zeker lijkt dat er geen sprake is van een 'eeuwenlange blootstelling' van S. bulbocastanum aan variabele P. infestans populaties. Overigens zijn planten van S. bulbocastanum doorgaans zeer resistent tegen de aardappelziekte, maar kan dat niet gezegd worden van afzonderlijke genen die door middel van klassieke veredelingstechnieken of GMO technologie worden ingebracht in een aardappelachtergrond. Zo gingen aardappelgeniteurs van de USDA (equivalent van WUR-DLO in de VS) met S. bulbocastanum genen al onderuit in veldscreeningen in de Toluca Vallei in 1999.

    Ten tweede zijn de isolaten die virulentie bezitten voor het Blb2 gen geen laboratoriumkneusjes, maar isolaten die in een meerjarig monitoringsprogramma zijn verzameld in het veld. Hierdoor heeft de vraag van Guus Heselmans of deze isolaten wel in staat zijn om in het veld te overleven academische trekjes.

    Het gebruik van resistentiegenen in de veredeling van aardappelen kan zeker een zinvolle bijdrage leveren aan een duurzame productie, maar dan moeten wel genen met een verschillende genetische achtergrond en werkingsmechanisme worden gecombineerd in rassen. Cruciaal is hier dat er fitness-kosten bestaan voor P. infestans om deze afzonderlijke R-genen te 'omzeilen'. Alleen dan kan resistentieveredeling een duurzame oplossingsrichting zijn voor met name de bioloische teelt van aardappelen.
    Voor gangbare en geintegreerde teelten zal wellicht een combinatie van een hoog resistentie-niveau samen met doordacht gebruik van moderne chemische gewasbescherming een meer duurzame
    oplossing blijken te zijn.

    Aardappelkwekers kunnen terecht trots zijn op de recente introducties van meer resistente rassen, maar van hen wordt ook een gebalanceerde en gefundeerde mening verwacht over het onderzoek naar de evolutie van P. infestans, de verwekker van de aardappelziekte. Zelfgenoegzaamheid is in deze context achteruitgang!

Of registreer je om te kunnen reageren.