Home

Achtergrond 113 x bekeken

Percelen van landgoed hebben belang bij taakvervulling waterschap

De Hoge Raad beslist uiteindelijk dat een landgoedeigenaresse aanslagen waterschapsomslagen verschuldigd is.

Dit is de uitkomst van een langslepende rechtszaak waarbij de eerdere uitspraak van Hof Den Haag volledig in stand blijft.

Kort samengevat is de uitspraak als volgt:
Belanghebbende is eigenaresse van een in Zeeuws-Vlaanderen in de polder gelegen landgoed. Het landgoed bestaat uit een groot aantal percelen. De percelen zijn gelegen binnen het beheersgebied van het waterschap P. De percelen bestaan uit verpachte landerijen, bossen, moerassen, oevers, riet, kreken en poelen en water. Een gedeelte is in agrarisch gebruik. Dit gedeelte wordt omgeven door de bossen. Op het landgoed zijn geen watergangen in beheer en onderhoud bij het waterschap. Het landgoed is met een halfverharde weg verbonden aan het omringende wegennet dat bij het waterschap in beheer is. Door de kreken van het landgoed loopt de openbare waterloop die in beheer en onderhoud van het waterschap is. Deze waterloop maakt deel uit van het door het waterschap beheerde waterhuishoudingsysteem. Aan belanghebbende zijn aanslagen in de waterschapsomslagen opgelegd voor de op 1 januari 2003 in eigendom zijnde ongebouwde objecten en een tweetal gebouwde objecten. In geschil is of de percelen naar het juiste tarief in de heffing zijn betrokken.

Hof Den Haag heeft beslist dat het waterschap aannemelijk heeft gemaakt dat alle percelen van belanghebbende bescherming tegen de gevolgen van overstroming en erosie behoeven. Daaruit volgt dat de percelen volledig belang (100 percent) hebben bij de waterkeringstaak van het waterschap. Het hof acht voorts aannemelijk, dat het waterschap maatregelen neemt voor het gebied als geheel. Op grond daarvan moet volgens het hof worden aangenomen dat de bossen een meer dan verwaarloosbaar belang bij de taakvervulling van het waterschap hebben. Dit belang behoeft geen nadere kwantificering (HR 8 oktober 2004, nr. 38.861).De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Meer informatie:
HR 19 juni 2009, nr. 43.362
Hof Den Haag 16 mei 2006, nr. BK-04/00112
HR 8 oktober 2004, nr. 38.861

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.