Home

Achtergrond 81 x bekeken

Ontbreken van een verzoek EIA in aangifte is fataal

Met de energieinvesteringsaftrek (EIA) kunnen grote fiscale voordelen behaald worden.

Er moet dan echter wel aan de formele eisen worden voldaan. Omdat een verzoek EIA in de aangifte ontbreekt, mist een paprikateler een grote fiscale faciliteit. Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens dat kleine foutjes grote gevolgen kunnen hebben.

Het beroep in cassatie dat de paprikateler had ingesteld is onlangs ingetrokken.

Kort samengevat is de uitspraak als volgt:
paprikakweker X claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) 2000 energie-investeringsaftrek (EIA) voor een investering in een energiescherminstallatie en in een warmteopslagsysteem. De investering in de installatie werd gedaan in 1999, maar in de aangifte IB 1999 was geen verzoek om EIA gedaan. Op 24 december 1999 was bij Bureau EIA in Breda wel een verzoek binnengekomen waarbij 20 oktober 1999 als investeringsdatum was aangegeven en waarvoor door Bureau Senter op 22 juni 2000 een beschikking was afgegeven. Het verzoek ten aanzien van het warmteopslagsysteem kwam op 16 juni 2000 binnen bij Bureau EIA en Bureau Senter gaf hiervoor op 20 juni 2001 een verklaring EIA af. De inspecteur stelde dat de verzoeken om EIA niet tijdig waren ingediend en wees de EIA af. X ging in beroep. Rechtbank Arnhem besliste dat het achterwege blijven van een formeel verzoek om toepassing van EIA in de aangifte niet in de weg stond aan het recht op EIA. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond. De inspecteur ging in hoger beroep en kreeg van Hof Arnhem gelijk. Het Hof besliste dat X in zijn verweerschrift had aangegeven dat hij voor 1999 niet in aanmerking kwam voor de investeringsaftrek omdat voor dat jaar de maximale bedragen van de investeringsaftrek werden overschreden. Om die reden had hij de EIA die betrekking had op de investeringen die waren gedaan in het jaar 1999, pas in de aangifte IB 2000 aangegeven. Het Hof besliste dat X ervoor had gekozen in zijn aangifte IB 1999 niet om toepassing van EIA te verzoeken en evenmin van de mogelijkheid gebruik had gemaakt om tot het moment van het onherroepelijk worden van de aanslag IB 1999 alsnog een dergelijk verzoek bij de inspecteur in te dienen zodat de inspecteur terecht had beslist dat X in 1999 geen recht had op EIA. De omstandigheid dat de keuze van X berustte op een verkeerd inzicht in de van toepassing zijnde formele regelingen deed daar volgens het Hof niet aan af.

Meer informatie: Hof Arnhem 17 juli 2008, nr. 07/00076

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.