Home

Achtergrond 176 x bekeken

Grond mag naar privévermogen ondanks onzekerheid

Geen belastingheffing over de verkoopwinst op grond. Dit is de conclusie van de rechtbank Arnhem in haar uitspraak van 29 april 2009. De winst wordt gerealiseerd in box 3 en is daarom niet belast.

De ondernemer had de grond circa drie jaren voor de verkoop aan een projectontwikkelaar verpacht aan een andere ondernemer. Door deze verpachting ging de grond over van het bedrijfs- naar het privévermogen (box 3) waardoor de verkoopwinst niet tegen het hoge tarief van box 1 belast kan worden.

Kort samengevat is de uitspraak als volgt:

Belanghebbende heeft een eenmanszaak. Tot het ondernemingsvermogen behoren onder meer twee percelen landbouwgrond die op 9 oktober 2000 in eigendom zijn verkregen. Met ingang van 1 januari 2002 zijn de percelen voor de duur van zes jaren verpacht aan een boomkweker L die de gronden voor zijn onderneming aanwendt. Per dezelfde datum heeft belanghebbende een nabijgelegen perceel van gelijke grootte teruggepacht. Met ingang van 1 januari 2002 heeft belanghebbende de aan L verpachte percelen overgebracht van zijn ondernemingsvermogen naar zijn privévermogen. In de aangifte IB/PVV heeft belanghebbende voor het verschil tussen de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming (WEVAB) en de boekwaarde van deze percelen de landbouwvrijstelling geclaimd. Op 29 december 2004 heeft belanghebbende de betreffende percelen verkocht aan drie projectontwikkelaars.

Tussen partijen is niet in geschil dat de verpachting van de grond op zichzelf een omstandigheid is die overbrenging van de percelen van het ondernemingsvermogen naar het privévermogen rechtvaardigt. Naar het oordeel van de rechtbank staat de omstandigheid dat op het moment van verpachting onzekerheid bestond over de toekomstige aanwendingsmogelijkheden van de percelen hieraan niet in de weg. Voorts acht de rechtbank de inspecteur niet geslaagd in zijn bewijslast om aannemelijk te maken dat de WEV op 1 januari 2002 hoger was dan de WEVAB. Ook anderszins heeft de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de WEV op 1 januari 2002 hoger was dan de WEVAB. Het verzoek van belanghebbende om een integrale proceskostenvergoeding wordt door de rechtbank afgewezen.
Het beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Meer informatie:
Rechtbank Arnhem 29 april 2009, 08/00270 en 08/00271

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.