Home

Achtergrond 294 x bekeken 10 reacties

AgD Columnwedstrijd

Het leven op een agrarisch bedrijf is boeiend. Harde economische wetten botsen soms met traditionele normen. Politiek Den Haag en Brussel kijken over de schouders mee, en bemoeien zich letterlijk met de bedrijfsvoering. Toch blijft er een vleugje romantiek aan het vak. U ervaart het allemaal aan den lijve.

Het Agrarisch Dagblad biedt u in de zomerperiode de ruimte om belevenissen, indrukken, ervaringen of wensen op te tekenen in een column. De beste bijdragen krijgen een plaats in het Agrarisch Dagblad en op agd.nl.

De redactie heeft voor de allerbeste column een leuke prijs. De lezer bepaalt voor de helft de prijswinnaar. Het andere deel is in handen van een jury onder leiding van Marianne Blom. Blom is columniste van het eerste uur in het Agrarisch Dagblad. Haar columns verschijnen onder de naam Schaffelaar.

De column moet wel aan enkele voorwaarden voldoen:

- de tekst telt 330 woorden
- het taalgebruik is correct Nederlands
- columnisten hebben vrijheid, maar blijven binnen de regels van fatsoen
- de redactie behoudt het recht de tekst desgewenst te redigeren

Mail uw inzending naar:

agd@reedbusiness.nl

o.v.v. Columnwedstrijd

Foto

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Paul Jansen

    Meneer van den Bergh alias Spotvogel, U moet wel vreselijk veel eelt onder uw voeten hebben van het naast Uw schoenen lopen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!1

  • no-profile-image

    leo van den bergh

    geachte redactie, in mijn zojuist toegezonden column over de 'domme gans' staat als woonplaats van Johan Oskam abussievelijk vermeld Broek in Waterland. Dit moet zijn Broek op Langedijk. U wilt wel zo vriendelijk zijn om dit in de tekst te corrigeren?
    Met vriendelijke groet,
    Leo M.J. van den Bergh

  • no-profile-image

    leo van den bergh

    Denkend aan mijn jonge jaren langs de Vlist bij Schoonhoven, zuig ik eerst mijn longen vol met kraakzuivere buitenlucht, zie bloemrijke graslanden boordevol vogelleven onder adembenemende wolkenluchten, werp mijn kinderhengeltje uit temidden van witte waterlelie, gele plomp, waterranonkel, pijlkruid en geurend kalmoes en meen onbekommerd dat dit paradijsje altijd zo zal blijven. Een poldersloot vol krabbenscheer dat als broedplaats dient voor zwarte sterntjes, twee ooievaars in de weide jagend op sprinkhanen, muizen en ander voedsel en de angstaanjagend grote meerkikkers die mij tussen het eendenkroostapijt aanstaren. Ik zoek kippeneieren op het rommelig-opgeruimde erf van mijn tante, terwijl de boeren- en huiszwaluwen om mijn hoofd scheren en een steenuiltje mij vanaf de nok van het dak in het oog houdt. De achttien melkkoeien lopen of liggen in de wei achter de stal en worden straks met de hand gemolken, terwijl in de kaasmakerij de ingedoekte kazen te drogen liggen en ik naar hartelust mag snoepen van afgesneden, nog weke, korstjes die in een blikken trommel uitdagend op mijn graaiend kinderhandje wachten. Op het gemaaide gazon bij het spoelhok ligt de witte was te bleken, nadat deze met slootwater nagewassen is. Straks geurt de linnenkamer naar het heerlijk frisse strijkgoed. Diep in de polder zie ik de knecht doende om met het paardenspan een grasland te maaien en ruik zo nu en dan een vleug vers hooi. Of is dat misschien verwachtingsvolle verbeelding?
    Op die vraag moet ik het antwoord schuldig blijven, maar wél weet ik dat een bezoek aan de Vliststreek enkele jaren geleden slechts pijnlijke ontgoocheling opleverde. Ik zocht vergeefs naar tastbare jeugdherinneringen, zag slechts steriele biljartlakengraslanden zonder noemenswaardig leven en kneep de neus dicht voor de penetrante ammoniakaroma's van de geinjecteerde vloeibare uitwerpselen van de ruim honderd melkkoeien. En ik prees mij gelukkig dat ik in 1946 werd geboren en daardoor het paradijs nog gekend heb. Want over die vergane glorie hoort men tegenwoordig bijna niemand meer! Kinderdromen doen er kennelijk niet meer toe in de hedendaagse agrobussiness!

  • no-profile-image

    Paul Jansen

    Wauw, hoe noemt men dat??? Op de tenen getrapt of lange tenen hebben?? Ik ben bescheiden mens hoor en met een s. U wilt mij toch niet doen geloven dat u een aap is.

  • no-profile-image

    Spotvogel

    Na twee boeken over de Vogelgriep gepubliceerd te hebben leek het Spotvogel wel aardig om eens een open dag van een megapluimveemesterij te bezoeken. Die eer viel te beurt aan een bedrijf op de Peelhorst waar, na de ingebruikname van een nieuwe stal, per zesweekse mestronde maar liefst honderdzestigduizend getekenden uit de Rabo-CDA stam geslachtofferd zullen worden. De bewuste regio is in 2003 op brute wijze geruimd. Niet vanwege waarachtige virale aanwezigheid, maar om ruim baan te bieden voor dergelijke monsterbedrijven. Omdat in 'De Pestvogels van Veerman (2006) en 'Wachten op de Pandemie (2008) uit de doeken is gedaan hoe de virale smet zich in werkelijkheid placht te verspreiden, werd Spotvogel onweerstaanbaar aangetrokken om deze Brabantse variant van Russische Pluimveeroulette eens grondig onder zijn electronenmiscroscoop te houden. Want dat het niet pluis was kon hij zélfs met tegenwind over Oeffeltse Raam, Hertogswetering, Maas en Schiplei heen ruiken! Kwestie van goed functionerende organen in combinatie met een juist georienteerde dossierkennis!
    In de nieuwe megastal bleek een Chicken Fair-achtige braderie gehouden te worden met geroosterde zes weken jonge kadavertjes als lekkernij. Het moet je meug maar wezen!
    De bedrijfsdierenarts verzekerde in alle toonaarden dat de onderneming absoluut virusveilig was en dat er bij het minste onraad meteen een ontsmettingsmechanisme in werking zal treden. Nee, Spotvogel hoefde zich geen zorgen te maken. Ook niet om de gezondheid van het personeel dat in de stallen werkt. Zoals de dierenarts zelve! Zij bleek vogelgriepslachtoffer en GD-collega Jan Bosch niet vergeten te zijn, maar verkoos duidelijk de Euro boven het Geweten. En ook daar keek Spotvogel niet van op!
    Maar toen hij met zijn actiemaatje de verstikkende walm van de braderie ontvluchtte en een naar pluimvee geurende hap buitenlucht had ingeslikt, kwam er bijna op zijn teennagels een bomvol met varkens geladen truck tot stilstand. Op de weegbrug die als nevenverdienste pal tégen het megabedrijf blijkt te worden uitgebaat! Van een scherpgestelde virale tijdbom gesproken!
    Romantiek in de huidige veehouderij? Laat me alsjeblieft niet lachen!

  • no-profile-image

    leo van den bergh

    Beste mijnheer Jansen met één s, een Spotvogel (Hippolais icterina) is zeer lastig zo niet onmogelijk op de tenen te trappen. Want dan moet u zélf boom of struik in! En een Spotvogel heeft bovendien niets van doen met een aap, hoewel er nu wél eentje uit de mouw komt. Namelijk dat u niets weet van globale dierkunde. Want een vogel is iets heel anders dan een zoogdier! Hoewel het eerste deel van mijn latijnse naam (Hippolais) verwantschap met een paard doet veronderstellen. Dit is onjuist! Want paarden springen wél over barriéres, maar klimmen nooit in bomen!

  • no-profile-image

    Leen

    Wanneer sluit de inschrijving?

  • no-profile-image

    leo van den bergh

    Deelname aan een columnwedstrijd vereist wat méér vaardigheden dan het handmatig bedienen van een pen of het stuntelend bevingeren van een toetsenbord. Johan Oskam uit Broek in Waterland trekt bijvoorbeeld in zijn wormstekige pennevrucht ten strijde tegen de gans en zwamt daarbij uit zijn nekharen alsof er zich onder zijn koolbladgedekte schedeldak louter vezelrijke ganzenkeutels bevinden. Waar haalt iemand de nonsens vandaan dat ganzen vroeger alleen maar wat waggelden en verder gewoon dom waren? Oskam refereert hiermee wellicht aan een vorige incarnatie van zichzelf en dat maakt het nog zorglijker. Zowel voor de mens Oskam als voor de gans Oskam. Want intelligente en sociale dieren die ganzen ontegenzeglijk zijn, kunnen bezwaarlijk dom genoemd worden. Echter, sinds het heersende confessionele regime bijna bij decreet de Flora- en faunawet ontmantelde, hobbyjagers vrije speelruimte gaf met onze bedreigde fauna en boeren op slinkse wijze door Brussel bestreden compensatiemogelijkheden toeschoof, is het hek van de dam en verwerd onze zogenaamde Kenniseconomie tot een nietsontziende, respect- en normloze moordmachine, waarin beschermde dieren hun leven niet zeker zijn. Mijnheer Oskam: wilde ganzen bewonen de Lage Landen al van oudsher en tégen de verdrukking van stropers, boeren en jagers in. Dat er recentelijk grote broedpopulaties konden ontstaan is te danken aan het hemeltergende wanbeleid van natuurbeherende instanties en het botweg verzaken van de Zorgplicht door de zich Faunabeheerders noemende clubs van ecologisch ongeletterde hobbyjagers. And that is different cook! Néé heer Oskam, daar is geen woord Broek's bij. Hoewel déze columnist vlakbij Nijmegen woont was hij toevallig gister in Sint Pancras en dus bijna in uw achtertuin. Hij zag daar honderden wilde Grauwe Ganzen ervan getuigen dat er ook dit jaar weer geen grein is gedaan aan nestbehandeling, terwijl de grote groep witte en bonte gedomesticeerde ganzen daar ook niet door de Schepper zélf, maar door boers nonchalance is ontstaan. Ik was helemaal niet van plan om deze column te schrijven, maar ik laat ganzen niet ongestraft voor dom uitmaken. Want iemand moet het tenslotte voor hén opnemen!

  • no-profile-image

    leo van den bergh

    Mijnheer Janssen uit Aalten, inderdaad. Als men een heel leven lang de tenen rond takken moet klemmen om niet uit boom of struik te smakken dan heeft dat de vorming van enige eeltkussentjes tot gevolg. Such is life! Maar nog tienduizend maal liever kritisch eelt aan de voeten dan respectloos eelt op de ziel! Maar u bent duidelijk nog lichtjaren verwijderd van het moment waarop u de agrowereld door spotvogelogen zult kunnen bekijken.

  • no-profile-image

    leo van den bergh

    Geachte redactie. Louter bij toeval stuitte ik vanochtend op uw columnwedstrijd en om een zomerse regendag niet tot een nutteloos verregend grauw levenstrajectje te doen verworden heb ik een drietal bijdragen van elk exact drie honderd en dertig woorden op het virtuele papier gezet. Daarbij spaar ik kool noch geit, maar getrouw aan mijn beschavingsniveau hoed ik mij ervoor om onkies taalgebruik te bezigen. Columns behoren mijns inziens kritisch, analyserend en confronterend te zijn en mogen wat mij betreft dermate scherp gesteld worden dat zij wél aanleiding tot discussie moeten geven. Maar omdat mij al een halve eeuw bekend is dat agrarisch Nederland uitermate slecht bestand is tegen objectieve kritiek, heb ik mij omderwille van de goede verstandhouding sterk gematigd in woordkeus en nuancering. Dat vergde méér zelfkastijding dan u zich wellicht kunt voorstellen, want gaande die halve eeuw werden mijn gevoelens van mededogen met weerloos aan gewetenloze uitbaters overgeleverde dieren miljoenen malen verkracht, terwijl ons unieke en kostelijke landschap verworden is tot een overbemestte dumpplaats met afstotelijke bebouwing, waar zelfs een paardenbloem of madelief al zeldzaam begint te worden. Dat wil ik maar even gezegd hebben!
    Mijn deelname aan uw wedstrijd heeft overigens geen dubbele bodem, want ik ben gewend om elk spel en iedere krijg met open vizier te spelen. Ik heb de bijdragen ook niet met rancune geschreven. Zij zijn een woordelijke weergave van feiten, voorzien van mijn commentaar als vakbekwaam ooggetuige, analist en criticus. Dat ik de bijdragen niet heb voorzien van een titel komt simpelweg voort uit het feit dat 330 woorden de absolute limiet was om mijn onderwerprelevante verhaal correct gedocumenteerd te kunnen vertellen. Zo behoort naar mijn overtuiging een waarachtig columnist namelijk te werken.
    Met vriendelijke groet,
    Leo M.J.van den Bergh

Laad alle reacties (6)

Of registreer je om te kunnen reageren.