Home

Achtergrond 139 x bekeken

Zakelijke pachtontbindingsvergoeding deels onbelast

Volgens het gerechtshof te Amsterdam was de pachtontbindingsvergoeding zakelijk, ondanks de familierelatie.

Nu werd voldaan aan de voorwaarden genoemd in een resolutie uit 1988 was 1/3 deel van de pachtonbindingsvergoeding onbelast.

De aan het gerechtshof voorgelegde zaak is kort samengevat de volgende:

de ouders van belanghebbende exploiteren een akkerbouwbedrijf waarin belanghebbende (B), tegen een vast salaris, meewerkt. Vanaf 1978 wordt het bedrijf door vader en zoon in maatschapsverband geëxploiteerd. De vader brengt alle activa en passiva in, onder voorbehoud van de juridische eigendom van de onroerende zaken en de stille reserves daarin. Na het overlijden van vader zet B het bedrijf voort. Nadat moeder is overleden worden de opstallen toebedeeld aan B en wordt de grond verkocht aan een derde. B ontvangt een vergoeding van € 322 000 in verband met het beëindigen van de pachtovereenkomst.

Volgens het hof is de pachtontbindingsvergoeding op een zakelijke basis tot stand gekomen. Er wordt verder voldaan aan de eerste voorwaarde van de resolutie van 4 maart 1988 nr. DB87/5463 (BNB 1988/156) inzake het (zakelijke) tweede pachtersvoordeel, waarin staat dat bij de verkrijging van de grond door de voorganger geen pachtersvoordeel is ontstaan. De tweede voorwaarde houdt in dat vast moet staan dat B ten tijde van de verkrijging van de grond de bedoeling had het landbouwbedrijf voort te zetten. De inspecteur heeft het hof laten weten dat hij kan instemmen met de vervulling van deze tweede voorwaarde. Dat betekent dat 1/3 deel van de pachtontbindingsvergoeding onbelast is en dat 2/3 deel tot de stakingswinst wordt gerekend.

Meer informatie:
Hof Amsterdam 28 januari 2009, nr. 2007/00201

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.