Home

Achtergrond 317 x bekeken 1 reactie

Secuur gebruik essentieel voor behoud bestrijdingsmiddelen

Onkruidbestrijdingsmiddelen kunnen voor milieuproblemen zorgen als ze in het oppervlaktewater terecht komen. Volgens Rommie van der Weide, onderzoeker onkruidbeheersing en emissiereductie Praktijkonderzoek Plant en Omgevingen (PPO-WUR), is het belangrijk dat boeren bewust zijn van manieren die onvoldoende bekend zijn.

Een aantal onkruidbestrijdingsmiddelen wordt soms in te hoge concentraties in het oppervlakte water aangetroffen. Naast glyfosaat (in Roundup), zijn dit ook MCPA, 2,4 D en een aantal maisherbiciden. In het project www.schonebronnen.nl worden gegevens hierover op een rijtje gezet en door de diverse belanghebbenden en kennisleveranciers nagedacht over oplossingen. De onkruidbestrijdingsmiddelen die veelal problemen veroorzaken zijn middelen die veel gebruikt worden bij grote teelten zoals mais, granen en op grasland. Daarnaast worden glyfosaat en MCPA ook gebruikt buiten de landbouw.

De middelen waarover het gaat zijn niet zonder meer te vervangen door andere middelen. Glyfosaat, MCPA en 2,4 D zijn erg belangrijk voor de bestrijding van wortelonkruiden, waarvoor weinig en soms geen alternatieven zijn. Glyfosaat wordt ook vaak gebruikt voor het doodspuiten van grasland of vlak voor opkomst afbranden van al opgekomen onkruid.

Vervanging van een product door een ander product, geeft soms milieuproblemen. Zo wordt nu nog meer glyfosaat gebruikt sinds de inperking van het gebruik van Reglone. De middelen helemaal niet gebruiken, zoals in de biologische landbouw, geeft beperkingen aan de teelten en zorgt voor aanzienlijk meer kosten, bijvoorbeeld door handwieden.

De toelating van middelen loopt gevaar indien ze milieuproblemen veroorzaken. De leveranciers van de producten moeten aantonen dat bij het gebruik zoals op etiket beschreven staat geen milieuproblemen te verwachten zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met het milieuprofiel van de stof.

Zo nodig worden extra voorschriften voor gebruik opgenomen (spuitvrije zone’s, verplichte driftreducerende doppen, DOB-voorschriften voor gebruik op verhardingen). In principe zouden de stoffen bij zorgvuldig gebruik geen milieuproblemen mogen veroorzaken.

Er zijn echter een aantal routes waarmee de middelen in het oppervlaktewater kunnen komen, die mogelijk onvoldoende bekend zijn of waarvan de gebruikers zich onvoldoende bewust zijn. Een route die onderbelicht en onderschat is gebleven is de afspoeling vanaf het erf of de was- en/of spoelplaats. Internationaal wordt geschat wordt dat minstens de helft van de emissie naar oppervlaktewater door punt­emissies (lozing vanaf een vast punt) wordt veroorzaakt. En de overige helft door drift en afspoeling via de grond.

Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) heeft op basis van enquêtes en enkele metingen doorgerekend dat het simpele wegwaaien van een plastic afsluitfolie met daaraan bestrijdingsmiddelenresten al een milieubelasting kan geven van 100 tot 2.500 keer boven de norm (MTR). De buitenkant van de spuit schoonmaken kan op basis van metingen tien tot twintig keer de norm overschrijden.

De grootste overschrijdingen worden veroorzaakt door intern reinigen van de spuit en de restvloeistof die vrijkomt niet op een goede manier kwijt kunnen. Bij een schatting van 10 liter restvloeistof die bij schoonmaken vrij komt, is de overschrijding (berekend voor de werkzame stof terbutylazin) al 4.000 keer. Stoffen die in het riool komen worden hier veelal niet uitgezuiverd. De Limburgse beken bevatten meer glyfosaat nadat het gezuiverde rioolwater in de beek teruggevoerd werd.

De manier waarop de spuit schoongemaakt wordt, en bijvoorbeeld zoveel mogelijk al verdund over veld uitgereden, is bepalend en belangrijk om problemen in oppervlaktewater te voorkomen. Ook zorgen dat dit niet vlakbij watergangen gebeurt is belangrijk, net als een goede structuur van het veld en voorkomen dat middel niet vanuit plassen van het land kan spoelen.

PPO onderzoekt goedkope oplossingen om restwater met bestrijdingsmiddelen op het erf te zuiveren. Nadenken over de mogelijke routes, goedkope oplossingen zoeken voor knelpunten en secuur werken is essentieel voor behoud van onkruidbestrijdingsmiddelen.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    spuit

    Het probleem is nieteens zozeer het gebruik van de middelen, maar de apparatuur waarmee laboratoria's werken worden steeds gevoeliger. heb van de winter een bijeenkomst bijgewoond waarin het waterschap meedeelde wat voor stoffen ze vonden in het water en in welke hoeveelheden. dit waren allemaal getallen met 5 a 6 nullen achter de komma waarvan de eenheid microgram per liter was. 1 microgram is 1 miljoenste gram!!! denk daar eens over na!! en dan werd er nog bij gezegt dat de norm was overschreden. Maar wie die norm vaststeld op basis van welke criteria is hoogst onduidelijk. zeker als je weet dat MCPA nooit een probleem was. maar doordat de drempel door een of ander illuster figuur verlaagd is (omdat de meetapparatuur zo precies wordt dat ze het kunnen meten) naar zo'n norm met veel nullen en microgrammen per liter is MCPA nu ineens wel een probleem.
    De nieuwste stok om mee te slaan zijn nu ineens de puntvervuilingen. na alles wat we al gedaan hebben als sector. tegen de tijd dat we dat probleem onder de knie hebben is de meetapparatuur van de laboratoria's weer dermate verbeterd dat ze nog kleinere hoeveelheden kunnen opsporen, en kunnen ze de normen dus nog verder verlagen. Het is een liedje van nooit uit.
    Het waterschap bevestigde ook dat het komt door de gevoeligere meetapparatuur dat ze de normen voor aanwezigheid van actieve stoffen in het water kunnen verlagen. Met de apparatuur van 15 jaar geleden hadden ze nauwelijks nog stoffen kunnen aantreffen in het water anno 2009.
    Wie roept er eens een halt op aan dit gedoe.

Of registreer je om te kunnen reageren.