Home

Achtergrond 197 x bekeken

Waarde erfpachtrechten nihil

Een bosbessenteler krijgt geen gelijk van de fiscale rechter in Breda. De waarde van een erfpachtrecht op bijna 37 hectare grond wordt op nihil gesteld. De afschrijving van uiteindelijk een bedrag van € 453.780 wordt niet geaccepteerd.

De per 1 januari 2001 ingevoerde terbeschikkingstellingregeling heeft grote gevolgen voor de fiscale praktijk. Dit blijkt maar weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Breda. In dit geval stelde een agrariër grond in erfpacht ter beschikking aan de “eigen BV”. De waarde van deze grond is voor de bepaling van de openingsbalans per 1 januari 2001 op nihil gesteld. Op zich is dit ook niet vreemd omdat de grond kort daarvoor ook zonder een vergoeding door de agrariër was verkregen.

Kort samengevat is de uitspraak als volgt:

Belanghebbende heeft een erfpachtrecht van bijna 37 hectare grond, waarop bosbessenstruiken worden geëxploiteerd. Hij heeft het erfpachtrecht in 1999 verkregen voor een bedrag van nihil. De jaarlijkse canon bedraagt € 11.571. Vanaf het moment van verkrijgen van het erfpachtrecht heeft belanghebbende het ten dienste gesteld van de BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft. Er is geen overeenkomst opgesteld. Belanghebbende krijgt van de BV een vergoeding van € 12.193. In de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2001 heeft belanghebbende de exploitatie van de erfpachtrechten aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden en rekening gehouden met een afschrijving op de erfpachtrechten. De waarde per begin 2001 heeft hij gesteld op € 453.780. De inspecteur corrigeert deze waarde en stelt de waarde op nihil.

De rechtbank te Breda stelt de inspecteur in het gelijk. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat belanghebbende in 1999 niets heeft betaald voor de verkrijging van het erfpachtrecht. De stijging van de gebruikswaarde is geheel toe te rekenen aan de gewijzigde exploitatiemethode en de investeringen van de BV. Niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende in verband met de erfpachtrechten investeringen heeft gedaan. Het beroep wordt vervolgens ongegrond verklaard.

Meer informatie: Rechtbank Breda 5 maart 2009, 07/04081

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.