Home

Achtergrond 1235 x bekeken

Waarde 'NAM locatie' alsnog op lagere waarde vastgesteld

Het gerechtshof te Leeuwarden heeft een uitspraak van de rechtbank teruggedraaid.

De waarde van een NAM-locatie wordt voor het jaar 2003 op grond van het gelijkheidsbeginsel vastgesteld conform een oude afspraak. De Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) houdt zich bezig met de opsporing en winning van aardolie en aardgas in Nederland. De NAM is een dochteronderneming van Shell Petroleum N.V. en Standard Oil company of New Jersey (Esso). Indien olie of gas onder het vaste land wordt gevonden en besloten wordt tot exploïtatie van het olie- of gasveld wordt de locatie van de eigenaar gehuurd. Deze eigenaar is veelal een agrariër. Het is lang onduidelijk geweest wat de waarde van zo’n verhuurde locatie is.

De rechtbank in Leeuwarden heeft in de eerdere uitspraak een praktische en eenvoudige waarderingsregel gegeven voor een “NAM-locatie”. De rechtbank bepaalde in goede justitie dat de waarde bepaald dient te worden op een aanvangsrendement van 5 procent, ofwel "gewoon" 20x de brutohuursom. Deze praktische waarderingsregel blijft - voor de toekomst - van toepassing. Echter voor het jaar 2003 kan op grond van het gelijkheidsbeginsel een beroep worden gedaan op een gunstiger regeling.

De uitspraak van het Hof is kort samengevat de volgende:

Voor de heffing in box 3 is in het jaar 2003 de waardering van een “NAM-perceel” in geschil. Belanghebbende beroept zich op een afspraak van 1990 omtrent de waardering van percelen. Deze afspraak zou gemaakt zijn tussen een vereniging van grondeigenaren van NAM-locaties en de Belastingdienst. Bij deze vereniging is de overgrote meerderheid van NAM-locatiehouders aangesloten, maar belanghebbende niet. Rechtbank Leeuwarden heeft het beroep op grond van een inhoudelijke motivering ter zake van de toegepaste waardering gegrond verklaard. Het hof geeft belanghebbende op grond van het gelijkheidsbeginsel gelijk. Het hof is van oordeel dat de indertijd gemaakte afspraak, waarvan de inspecteur het bestaan niet ontkent, ook voor belanghebbende geldt, zelfs na inwerkingtreding van de Wet IB 2001. Belanghebbende kan zich met succes beroepen op het door de inspecteur in de meerderheid van de gevallen gevoerde begunstigende beleid van waardering. Het hoger beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Meer informatie: Hof Leeuwarden, 3 april 2009 nr. 06/00136 Rechtbank Leeuwarden, 12 september 2006 nr. AWB 05/2273

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.