Home

Achtergrond 251 x bekeken

Bedrijfsopvolgingsregeling voor de agrosector

Een verdere verruiming van de voor de agrarische sector zo belangrijke bedrijfsopvolgingsregeling in de huidige Successiewet is een van de zwaartepunten in een recent ingediend wetsvoorstel. Door deze verruiming zal het makkelijker worden om zonder fiscale gevolgen een bedrijf over te dragen aan de bedrijfsopvolger.

Het is niet voor niets dat het op 20 april 2009 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet als titel heeft meegekregen ´Vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956´. Het zwaartepunt van het wetsvoorstel ligt - als we op de titel mogen afgaan – op de te wijzigen bedrijfsopvolgingsregeling. En eerlijk is eerlijk; waar veel (agrarisch) adviseurs en ondernemers bang waren voor een aanscherping van de regeling zal de regeling, als alles goed gaat, op onderdelen behoorlijk verruimd gaan worden. Als alles volgens plan verloopt zal de nieuwe regeling per 1 januari 2010 in werking treden. Nog heel even wachten met dood gaan of met de bedrijfsoverdracht dus.

Op dit moment bestaat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit drie delen: allereerst een (voorwaardelijke) kwijtschelding van het verschil tussen de liquidatiewaarde en de going concern waarde, in de tweede plaats een voorwaardelijke vrijstelling van 75% van de going-concernwaarde en in de derde plaats (rentedragend) uitstel van betaling voor een periode van tien jaar. Dit alles blijft bestaan, maar de toe te passen korting wordt verhoogd van 75% naar 90%. Een wijziging die meer technisch van aard is betreft het feit dat in geval van schenking of vererving er niet langer eerst een conserverende aanslag wordt opgelegd voor het (voorwaardelijk) vrijgestelde deel van de verkrijging. Die conserverende aanslag kan dan worden ingevorderd als de verkrijger niet langer aan de wettelijke voorwaarden voldoet (bijvoorbeeld voortzetting van het bedrijf). In de nieuwe regeling wordt er pas een aanslag opgelegd (en ingevorderd!) als er niet meer aan de voorwaarden voor vrijstelling wordt voldaan.

Op dit moment kent de Successiewet de eis dat de schenker ten minste 55 jaar of 45% arbeidsongeschikt is. Deze eis zal per 2010 vervallen. Ook jongere ondernemers die hun bedrijf geheel of gedeeltelijk willen overdragen kunnen dat dus vanaf volgend jaar zonder fiscale problemen doen. Wel blijft in geval van schenking (niet in geval van overlijden) de eis gelden dat het ondernemingsvermogen minimaal 5 jaar in het bezit is geweest van de schenker. Omdat de meeste ondernemers in de agrarische sector hun bedrijf wel vijf jaar zullen drijven voordat ze overgaan tot overdracht overgaan lijkt een en ander geen problemen op te gaan leveren.

De ondernemer die tot het bittere einde doorgaat (en dus in het harnas sterft) is in de agrosector een niet onbekend fenomeen. In zo’n geval wordt de onderneming niet geschonken (of voor een bedrag lager dan de marktwaarde verkocht) maar vererft de onderneming. Ook dan geldt er een bezitstermijn bij de erflater, voordat de erfgenamen een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit kunnen doen. Deze termijn bedraagt niet zoals aanvankelijk de bedoeling was twee jaar, maar slechts één jaar. Wie in zicht van overlijden een onderneming wil aanschaffen om die fiscaal vriendelijk te laten vererven moet er dus op tijd bij zijn, al is het (bij een wat langer durend maar uiteindelijk fataal aflopende ziekte) zeker niet onmogelijk.

Voor de verdeling van een huwelijksgemeenschap (waarvoor nu een tegemoetkomende regeling bestaat in een besluit) komt er vanaf 2010 een wettelijke regeling. Indien gebruik wordt gemaakt van een turboverdeling en de kinderen de bloot-eigendom van de onderneming krijgen en de langstlevende partner het vruchtgebruik ervan, kan de echtgenoot voor de helft van het vruchtgebruik een beroep doen op de faciliteiten. De kinderen hebben de faciliteiten voor het geheel.

Behalve ondernemers kunnen ook medegerechtigden hun vermogen schenken (of laten vererven) met een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. In de praktijk gaat het daarbij om commanditaire vennoten. In zo’n geval wordt de bedrijfsopvolgingsfaciliteit alleen verleend als er sprake is van een gefaseerde bedrijfsopvolging, waarbij de ouders van ondernemer eerst commanditair vennoot worden en waarna later hun commanditaire deelname wordt overgedragen of vererft.

Tenslotte kent de regeling enkele verruimingen voor de situatie dat de onderneming in BV vorm gedreven wordt. Het vereiste dat deze BV een echte onderneming moet drijven wil de faciliteit toepassing kunnen vinden blijft van kracht. Verder is het van belang dat de marge van 15% bij beleggingsvermogen in een kapitaalvennootschap wordt teruggebracht naar 5%. Dit percentage zal worden gekoppeld aan het bedrijfsvermogen, en niet aan de waarde van de aandelen. Tenslotte. Op dit moment staat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet open voor de resultaatgenieter. De nieuwe regeling zal worden uitgebreid met de situatie waarin een aandeelhouder een onroerende zaak conform artikel 3.92 Wet IB 2001 ter beschikking stelt aan de vennootschap en het object dienstbaar is aan de onderneming in die vennootschap. Voorwaarde daarbij is wel dat de verkrijger van deze onroerende zaak ook de aandelen (deels) krijgt.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.