Home

Achtergrond 93 x bekeken

WKK niet binnen drie maanden na aangaan verplichting gemeld

Een tuinder grijpt naast de toepassing van de energieinvesteringsaftrek (EIA) voor een investering in een warmtekrachtinstallatie.

De investering is niet binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting gemeld en is daarom te laat. De uitspraak van de Hoge Raad geeft nog maar weer een keer aan dat niet zorgvuldig genoeg met termijnen kan worden omgesprongen.

De uitspraak van de Hoge Raad is kort samengevat de volgende:

Belanghebbende heeft op 18 december 2003 een bouwvergunning aangevraagd voor een tuinbouwkas. Op 23 december 2003 heeft hij een opdrachtbevestiging voor de levering van een warmtekrachtinstallatie getekend. In de opdrachtbevestiging is opgenomen dat de overeenkomst wordt aangegaan onder de opschortende voorwaarde van een onherroepelijke bouwvergunning. Op 2 april 2004 is de verleende bouwvergunning onherroepelijk geworden. Op 29 april 2004 heeft belanghebbende de investering in de warmtekrachtinstallatie gemeld en om een verklaring voor de energie-investeringsaftrek verzocht.

De minister heeft het verzoek afgewezen omdat de investering niet uiterlijk drie maanden na het aangaan van de verplichting is gemeld. Het CBB heeft de minister in het gelijk gesteld. Volgens het CBB is namelijk op 23 december 2003 een koopovereenkomst tot stand gekomen en is belanghebbende op genoemde datum de verplichting aangegaan ter zake van de aanschaffing van de warmtekrachtinstallatie. Hiertegen komt belanghebbende vergeefs in cassatie. Het CBB heeft volgens de Hoge Raad geen verkeerde uitleg gegeven aan het begrip ‘investeren’. Het cassatieberoep wordt vervolgens ongegrond verklaard.

Meer informatie: HR 6 februari 2009, 42.926
College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 november 2005, nr. AWB 04/944

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.