Home

Achtergrond 122 x bekeken

Pond verliest opnieuw aan waarde

De Amerikaanse dollar en het Britse pond verloren deze week aan waarde ten opzichte van de euro.

Dit kwam vooral door onzekerheid over de economische gezondheid van zowel de VS als het Verenigd Koninkrijk. Het is alweer voor de vierde week op rij dat het pond aan waarde verliest.

Het pond verloor 2,6 procent. Een euro is nu 93 pence waard. Engeland rapporteerde dan ook een snellere krimp van de economie. De Amerikaanse dollar daalde op weekbasis 3,6 procent in waarde. Een euro is nu €1,36 waard. Sinds februari is de euro 7,4 procent sterker geworden. Dit maakt de aankoop van verschillende grondstoffen als olie, mais en tarwe goedkoper, maar export van voedingsmiddelen aanzienlijk moeilijker.

De waarde van de euro kan volgens analisten spoedig stabiliseren, en zelfs afnemen. In februari bleek de gemiddelde inflatie in landen die de euro voeren gezakt te zijn tot net boven de 2 procent. Analisten verwachten dat de inflatie in maart kan dalen tot net boven de 1 procent, waarmee de deur geopend lijkt voor een lager rentetarief.

De Europese Centrale Bank (ECB) streeft een inflatieniveau van onder de 2 procent na. Als het inflatiegevaar afneemt, kunnen wat de ECB betreft meer euro’s op de markt worden gebracht. De driemaands Euribor-rente, die tussen banken wordt gerekend, daalde reeds tot 1,531 procent. In februari lag het gemiddelde niveau nog op 1,94 procent, en een jaar geleden gold een gemiddeld tarief voor maart van 4,60 procent.

Om een einde te maken aan onzekerheid in de handel, heeft China geopperd een centrale munteenheid in te voeren, die de dollar als feitelijke wereldmunt vervangt. Gedacht wordt aan een munteenheid die gebaseerd is op grondstoffen. De VS is tegen.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.