Home

Achtergrond 157 x bekeken

Kabinet, investeer in groene ruimte

De landbouw doet het goed in de Nederlandse economie. Daarom roept een collectief van belanghebbenden bij natuur en landbouw het kabinet op om te investeren in landinrichting.

Nederland verkeert officieel in een recessie. De komende dagen zal duidelijk worden op welke wijze het kabinet denkt de effecten van deze recessie teniet te doen en ons land weer in veiliger economisch vaarwater te loodsen. Het is daarbij echter wel belangrijk dat wij maatregelen nemen die ons sterker uit deze recessie doen komen. En dan is het van groot belang dat een aantal lessen wordt geleerd ten aanzien van de ontwikkelingen die ons hier hebben gebracht. Eén van die lessen die we daarbij kunnen leren, is dat we als samenleving nooit te veel mogen afdwalen van wat tegenwoordig in het dagelijks taalgebruik 'de reële economie' is gaan heten. Dat een dergelijke term naar voren komt is natuurlijk al interessant, want dat impliceert dat er ook zoiets is als een 'irreële economie'.

We moeten dus investeren in de reële economie. En die vinden we toch vooral in de groene ruimte. Wat we in ieder geval weten is dat als het gaat om de reële economie de landbouw daarvan de meest aardse vertegenwoordiger is. En bovendien niet de minste. Nederland is de grootste exporteur van voedselgewassen in de wereld, heeft de beste melkveehouderij, de grootste bollenteelt en staat ook als het gaat om de paardenhouderij hoog aangeschreven in de wereld.

De cijfers liegen er niet om. Nederland is op wereldniveau de tweede exporteur van agrarische producten. Dit na de Verenigde Staten en vóór Frankrijk. In 2006 werden er voor 54 miljard euro aan agrarische producten uitgevoerd. Dat is 17 procent van de totale Nederlandse export. In vergelijking met de rest van de Nederlandse economie doet de Nederlandse landbouwsector het bijzonder goed. In 2005 nam de agrarische handel circa tweederde van het totale handelsoverschot voor zijn rekening. Uit een studie van de Rijksuniversiteit Groningen is gebleken dat van de 100 meest competitieve Nederlandse producten, afgelezen uit hun aandeel in de wereldhandel, er 51 afkomstig zijn uit agrofood. Dankzij de sterke exportpositie verdient ongeveer 10 procent van de werkzame bevolking zijn boterham in de agrosector.

Tegen deze achtergrond stellen wij voor om de komende jaren een extra impuls te geven aan het verbeteren van de kwaliteit van de groene ruimte middels een krachtige nieuwe inzet van het instrument 'Landinrichting' en daarvoor extra middelen beschikbaar te stellen. In het verleden heeft deze massale inzet ons land gemaakt tot het wat het nu is, namelijk een krachtige groene handelsnatie. Inzet op landinrichting zal wat betreft de verhouding tussen kosten en baten dan ook zeker een goede investering blijken. Mensen blijven immers eten.

Wat betreft de verbetering van de landbouwstructuur denken wij daarbij niet alleen aan een herverkaveling van percelen, maar vooral aan sanering van oude glastuinbouwlocaties, herplaatsen van stallen die hinder veroorzaken, wegwerken van rommelige stadsrandzones en wat al niet meer. Het gaat om een kwaliteitsimpuls voor de groene ruimte. Maar we willen de landinrichting vooral ook gebruiken als aanjager voor innovaties in de groene ruimte, zoals het grootschalig realiseren van energie leverende kassen, aquacultuur, realisatie van windmolens, gebruik van biomassa als duurzame energiebron, emissiearme stallen en nieuwe teelten, bijvoorbeeld als het gaat om zoute en licht zilte gewassen.

Bovendien blijven Nederlanders genieten van de groene ruimte. Daarom stellen wij ook voor de landinrichting in te zetten als aanjager voor de verbetering van de kwaliteit van natuur en landschap. Immers, de groene ruimte is niet meer alleen van de boer, maar ook van 17 miljoen burgers die hiervan willen genieten. Bovendien worden miljarden verdient als het gaat om recreatie en toerisme in onze natuurgebieden. Daarom zou het instrument ook moeten worden ingezet voor het (tijdig) realiseren van de EHS, het verbeteren van de recreatief toeristische infrastructuur en behoud van erfgoed. Ook natuurbescherming is tegenwoordig meer dan rendabel.

Laten we voorsorteren op een reële en duurzame economie. Daarbij is het van groot belang dat we investeren in de onze groene ruimte, voor voedselverbouw, voor natuur en recreatie. Te lang heeft Nederland zijn investeringen vooral gericht op de stedelijke omgeving en gedacht dat de groene ruimte alleen maar de basis was voor melkplassen, mesthopen, eindeloze maïsakkers en niet renderende natuur. Maar voor alle duidelijkheid: in onze groene ruimte wordt de basis gelegd voor de mainports en de Zuidassen van ons land en niet omgekeerd. Wij stellen daarom voor dat het kabinet bij haar investeringen ook extra budget vrij maakt voor de groene ruimte in het algemeen en voor duurzame landinrichting in het bijzonder. Dan weten we zeker dat onze schaarse middelen goed renderen.

Tom Bade (directeur Kenniscentrum Triple E), Tammo Beishuizen (voorzitter LTO Noord) Erik van der Bilt (directeur Drents Landschap), Adri van den Brink (hoogleraar WUR) Jan Jaap de Graeff (directeur Natuurmonumenten), Jan Habets (directeur Plant Publicity Holland), Ruud Mantingh (directeur (Aequator Groen en Ruimte), Dirk Sijmons (Directeur HNS Landschapsarchitecten), Peter Visser (gedeputeerde provincie Noord-Holland)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.