Home

Achtergrond 123 x bekeken

Wetsvoorstel invoeringswet personenvennootschappen gewijzigd

Staatssecretaris Albayrak van Justitie heeft het wetsvoorstel Invoeringswet personenvennootschappen op enkele onderdelen gewijzigd met een vierde nota van wijziging.

De invoeringswet wijzigt op enkele onderdelen de Wet personenvennootschappen die al enige jaren op het punt van invoeren staat. Het nieuwe invoeringtijdstip is gesteld op 1 juli 2009.

Er blijkt onzekerheid te bestaan over de vraag of en in hoeverre een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (ovr) voor de Wet belastingen van rechtsverkeer (overdrachtsbelasting) een rechtspersoon is. Onder rechtspersoon wordt nu ook begrepen: de ovr en de vennootschap die naar het recht van een andere Staat is opgericht of ontstaan en naar aard en inrichting daarmee vergelijkbaar is. Het gevolg daarvan is dat in alle artikelen Wet belastingen van rechtsverkeer waarin de term rechtspersoon of rechtspersonen wordt genoemd, daaronder ook de ovr wordt begrepen. Daar waar in laatstgenoemde wet onder de term rechtspersonen niet gedoeld wordt op de ovr, wordt dat uitdrukkelijk aangegeven.

Verder wordt de toepassing van de ‘overgangsmaatregel’ uitgebreid met vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid die een onderneming drijven en die zich omzetten in een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (ovr). Dit is gedaan om de invoering van deze nieuwe rechtsvorm zo weinig mogelijk fiscaal te belemmeren. Een dergelijke omzetting kan binnen één jaar na de inwerkingtreding van de Invoeringswet plaatsvinden, zonder dat het vereiste van toepassing is dat de inbrenger gedurende drie jaren na de omzetting in het bezit moet blijven van de totale bij of in verband met die omzetting verkregen economische deelgerechtigdheid. Het voorgaande geldt niet voor situaties waarbij moet rekening worden gehouden met een nog lopende driejaarstermijn voor de vrijgestelde inbreng van een materiële onderneming (met daarin onroerende zaken) in een personenvennootschap. Alle overige voorwaarden die gelden bij de omzetting in een ovr blijven onverkort gelden. De om te zetten vennootschap moet bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de Invoeringswet.

In de nota naar aanleiding van het nader verslag beantwoordt de staatssecretaris enige vragen met betrekking tot de overdrachtsbelasting. Ook geeft ze aan dat de nieuwe streefdatum voor de invoering van de wet 1 juli 2009 is geworden.

Meer informatie: Tweede Kamer, 3-2-2009, 31065 nrs. 15 en 16.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.