Home

Achtergrond 241 x bekeken

Voorbereidingshandelingen tellen mee voor urencriterium

Het gerechtshof te Den Bosch heeft recent beslist dat voorbereidingshandelingen voor de daadwerkelijke start van de onderneming meetellen voor het urencriterium.

Startende ondernemers komen door deze uitspraak eerder in aanmerking voor de fiscale ondernemersfaciliteiten.

Ondernemers komen in aanmerking voor de ondernemersaftrek, zoals de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek. In de meeste gevallen moeten zij dan voldoen aan het zogenoemde urencriterium. Dit houdt in dat een ondernemer in een (kalender)jaar ten minste 1.225 uur aan de onderneming(en) moet hebben besteed. Daarnaast moeten de 'ondernemingsuren' meer zijn dan de helft van het totaal aan uren die zijn gewerkt voor de onderneming, een dienstbetrekking (belastbaar loon) en overige arbeid (belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden). Dit staat ook wel bekend als het grotendeelscriterium.

Voor startende ondernemers geldt het grotendeelscriterium echter niet. Zij hoeven slechts de drempel van 1.225 uur te halen. Bovendien komt een starter (onder voorwaarden) in aanmerking voor een verhoging van de zelfstandigenaftrek (€ 2.070 jaar 2009). Een starter is degene die in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren in fiscaal opzicht nog geen ‘ondernemer’ was en in die periode maximaal tweemaal in aanmerking kwam voor de gewone zelfstandigenaftrek. Om in fiscaal opzicht te kwalificeren als ondernemer is vereist dat:

• de onderneming voor eigen rekening wordt gedreven en
• dat de ondernemer rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen van die onderneming.

Hof Den Bosch heeft onlangs beslist dat de eerste (voorbereidende) ondernemingshandelingen ook meetellen voor het urencriterium. De procedure betrof een onderneemster die in de tweede helft van 1998 met zowel een v.o.f. als met een eenmanszaak was gestart. Het hof ging de agenda van de startende onderneemster over heel 1998 minutieus na om te bezien of alle activiteiten in redelijkheid tot ondernemingsactiviteiten konden worden gerekend. Dit hield in dat de handelingen voldoende concreet moesten zijn om als ondernemingshandelingen te kunnen gelden. Hiertoe rekende het hof niet alleen de activiteiten vanaf het moment dat de onderneming volgens de inspecteur van start was gegaan, maar ook in de periode daarvóór. De uren voor beide ondernemingen tezamen waren net meer dan 1.225 uur. De onderneemster voldeed in 1998 hierdoor aan het urencriterium en daarom had zij toch recht op de zelfstandigenaftrek.

Let op
Niet alleen eerste, voorbereidende ondernemingshandelingen tellen mee voor het urencriterium, maar ook de uren die zijn gemoeid met de afwikkeling van de verkoop van een onderneming. De Hoge Raad heeft dit in oktober 2006 uitgemaakt.

Meer informatie: Hof Den Bosch, 19-12-2008, nr. 06/00478

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.