Home

Achtergrond 3285 x bekeken

Vergelijkingstest 9 maaiers met kneuzer

Maandblad Trekker test negen schijvenmaaiers met middenophanging en een werkbreedte van ongeveer drie meter. Hieronder treft u een totaaloverzicht en eindbeoordeling van alle maaiers.

De maaiers zijn op verschillende onderdelen getest en beoordeeld. Waar we uiteraard het eerst naar hebben gekeken, is het maairesultaat. Dit was voor alle maaiers goed, bij alle verschillende omstandigheden waaronder is gewerkt. Daarom komen we hier verder niet te veel op terug. Vervolgens is de droogsnelheid van het gemaaide gras gemeten. Hierin kwamen wel grote verschillen aan het licht. Verder volgde een analyse van de vermogensbehoefte, die we opdeelden in vermogensbehoefte voor de maaibalk en het gevraagde
vermogen voor de kneuzer. Tot slot hebben we gekeken naar het gebruiksgemak en het onderhoud van de maaiers.

Twee maaisnelheden

We maaiden met twee snelheiden: rustig aan met 10 km/u, en met een wat meer met de praktijk overeenkomende 13 km/u. Bij 10 km/u bereikte het gras de middag na het maaien een drogestofgehalte tussen 33 en 45 procent. Ter vergelijking was ook een deel zonder kneuzer gemaaid. Dat had op de volgende middag 28 procent drogestof. De kneuzer zorgt onder deze omstandigheden dus voor een duidelijke plus. Wil je gaan harken als het gras een drogestofgehalte van 32 procent heeft, dan betekenen de verschillen in kneuswerking dat je met de percelen van de snelst drogende kneuzer al ’s morgens om 10 uur kunt beginnen, terwijl je bij de traagste moet wachten tot 13.00 uur. De maaiers van JF-Stoll en Kuhn haalden met 45 procent droge stof het beste droogresultaat (tabel). Deze kneuzers zijn voorzien van vaste kunststofvingers, in V-vorm gemonteerd. Dit is echter geen garantie voor een goed resultaat, want ook de Ziegler heeft deze tanden en die kwam slechts tot een gemiddeld resultaat. Veel bepalender is een gelijkmatige, luchtige zwadlegging.
Claas en Pöttinger hadden een minder droogresultaat dan het gemiddelde van de negen maaiers. Daar waren wel oorzaken voor aan te geven. Bij Claas lag het niet aan de vast gemonteerde stalen V-vormige tanden, maar meer aan de ongelijkmatige zwadlegging. Bovendien moest er meer gras door deze kneuzer omdat de Claas-vertegenwoordigers de maaidiepte hadden ingesteld op 4 cm. Terwijl de vraag toch duidelijk was om op 5 tot 7 cm te maaien. Pöttinger had de kneuzer - eveneens met V-vormige, vast gemonteerde staaltanden - niet op de meest agressieve stand ingesteld. Fella sloot af met het laagste drogestofgehalte. Deze kneuzer is echter optioneel uit te rusten met een extra geleideplaat in de breedspreidinrichting.

Dichter bij elkaar

Fella en Pöttinger revancheerden zich prima in de proef bij 13 km/u. Bij deze snelheid is de hoeveelheid te verwerken gras groter en is het effect van kneuzen kleiner. Het gemiddelde drogestofgehalte van de negen ligt liefst 5 procent lager. Ook de verschillen tussen de merken waren kleiner. Liepen de drogestofpercentages bij 10 km/u nog uiteen van 33 tot 45 procent, bij 13 km/u lagen de percentages tussen 31 en 39 procent. Lely realiseerde het hoogste drogestofgehalte, met direct daarachter Fella en Pöttinger. Blijkbaar heeft de grotere gewasstroom een goede invloed op de werking van de kneuzers van deze laatste twee maaiers, want zij hadden als enige een hoger
drogestofgehalte bij 13 km/u dan bij 10 km/u. Het is echter niet duidelijk of de kneuzers de waslaag meer beschadigd hebben, of dat het gewas bij meer aanbod beter werd afgelegd. Wel duidelijk was dat de lage drogestofgehalten van de Claas en de Krone werden veroorzaakt door een ongelijkmatige aflegging. Volgens Krone omdat de breedspreidinrichting niet goed was afgesteld op rijsnelheid. Bedenk dat deze proef eenmalig was en dat andere omstandigheden andere resultaten kunnen geven.

Transport

De machines die voor transport zijdelings door het dode punt omhoog zwenken, zoals Claas, Deutz-Fahr/Vicon, Krone en Lely, hebben het beste rijgedrag en de beste gewichtsverdeling.

Afstellen

De maaiertest levert een schat aan gegevens op. Per maaier is hieronder het testrapport weergegeven. Het droogresultaat is een momentopname, in dit geval bij gunstige weersomstandigheden. In mindere mate geldt dat ook voor de vermogensbehoefte. Het is zaak de gegevens op de juiste waarde te schatten en te laten meespelen bij de aanschaf van een nieuwe maaier. De instelling van die maaier blijkt cruciaal te zijn, en controle en bijstellen tijdens het werk kunnen het resultaat flink verbeteren.

De maaiers uit de test zijn hieronder kort beschreven met enkele foto's. Ook een samenvatting van de testuitslagen is per maaier weergegeven. Lees de gehele test in het maandblad Trekker, nummer 245 (februari 2009)

Foto

Arend-Jan Blomsma

Of registreer je om te kunnen reageren.