Home

Achtergrond 191 x bekeken 1 reactie

Tuinbouw laat kansen liggen aan onderkant arbeidsmarkt

Zou ik mijn kinderen aanraden in de glastuinbouw te werken, vraagt FNV’er Gerard Roest zich af. Wel als ze een hbo-opleiding hebben, niet als ze laaggeschoold zijn. De sector investeert nauwelijks in deze laatste groep. Dat is volgens Roest een ernstige vergissing.

Wie wil er nog werken in de glastuinbouw? De afgelopen week heb ik over deze vraag nagedacht. Aanleiding was er voldoende. Zo hielden op 4 februari de productschappen en vakbonden een conferentie over het thema Boeien & Binden. Ook was er veel heisa rond de Polen-cao, speciaal bestemd voor buitenlandse flexwerkers, afgesproken tussen de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) en een obscuur internetvakbondje.

Ik heb me de vraag gesteld: zou ik mijn eigen kinderen adviseren in de glastuinbouw te gaan werken? Het antwoord is tweeledig. Stel dat je een kind hebt op hbo-niveau, dat geïnteresseerd is in technologie, milieu of marketing. Dan is de glastuinbouw zeker een optie. De sector is dynamisch, innovatief en ondernemend. Door de schaalvergroting ontstaan grotere bedrijven met vraag naar gespecialiseerde functies. De carrièremogelijkheden nemen dus toe.

Heb je daarentegen een kind op vmbo-niveau, dan ontraad ik een baan in de glastuinbouw sterk. Want een zestienjarige met een vaste aanstelling die ongeschoold werk doet, heeft zich na twaalf (!) dienstjaren opgewerkt naar een bruto-uurloon van € 10,58. Niet echt gaaf. Dit gegeven kan een imagocampagne niet wegpoetsen.

Conclusie: er bestaat een tweedeling in de glastuinbouw. Enerzijds zijn er uitdagende functies met perspectief, anderzijds medewerkers in wie totaal niet wordt geïnvesteerd. De eerste groep (verkopers, veredelaars, operators, energiemanagers etc.) kan overal terecht en vragen wat ze wil. De tweede groep werkt via flexcontracten voor het minimumloon, krijgt geen scholing, bouwt geen pensioen op, heeft geen carrièremogelijkheden en geen werkzekerheid. Het aandeel flexwerkers binnen de glastuinbouw is inmiddels goed voor 50 procent van de loonsom. FNV Bondgenoten spant zich al jaren in voor goede werkomstandigheden: gelijk loon voor gelijk werk, minder flex, en een uurloon van tenminste 10 euro bruto, óók in de glastuinbouw. Deze eisen zijn dit jaar tot speerpunten binnen onze bond benoemd onder de titel Gewoon Goed Werk.

De werkgevers maken zich steeds meer zorgen om voldoende mensen uit de eerste groep aan te trekken. Voor de tweede groep willen ze de salarissen naar een nog lager dieptepunt voeren. De VIA-cao is het laatste voorbeeld van de systematische verslechtering van de arbeidsvoorwaarden voor deze groep. Dat begon met illegalen en liep via slechtere lonen naar de inhuur via malafide uitzendbureaus. Deze bureaus proberen zich nu een officiële status aan te meten door een zogenaamde cao af te sluiten. Daarbij gaan de salarissen nog eens ruim 10 procent omlaag.

Ik denk dat de glastuinbouw een ernstige vergissing maakt als ze doorgaat op deze weg. Want aan de onderkant van de arbeidsmarkt droogt de bron van buitenlandse werknemers uit Oost-Europa snel op. Zij zullen namelijk steeds vaker werk in eigen land vinden. Ook raken Oost-Europeanen steeds beter op de hoogte van hun rechten hier als werknemer. Of wil de glastuinbouw straks chartervluchten vanuit Kirgizië inzetten om voldoende mensen hier naar toe te halen? Dan wens ik de werkgevers veel succes met de communicatie over zaken als voedselveiligheid en productkwaliteit.

Voor het hogere segment van het personeel geldt iets soortgelijks. De vergrijzing leidt tot krapte op de arbeidsmarkt. Tel daarbij op dat vooral in de Randstad het werkaanbod groot en divers is. Het betekent dat moet worden geconcurreerd met bedrijven als Shell en met de dienstensector.

Volgens mij is de enige oplossing: geef mensen in het productiewerk een vast dienstverband. Let op de mogelijkheden in deze groep en geef ze scholing en de kans zich te ontwikkelen. De sector heeft dan zijn eigen kweekvijver om de behoefte aan hoger personeel aan te vullen. Speciale aandacht voor de allochtone bevolkingsgroep (zie het PT-project Kies Kleur in Groen) biedt daarbij extra kansen.

Gerard Roest is bestuurder van FNV Bondgenoten en cao-onderhandelaar glastuinbouw

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    sla-tuinder

    Natuurlijk wil iedereen een vaste baan en schone handen. Op ons bedrijf is dat ook voorgesteld. 2 dagen per week thuiswerken, 2 dagen werkvoorbereiding en alle papieren doornemen. 1 dag per week werken, wel schone handen, geen lichamelijke inspanning, en natuurlijk een loon waar je mee thuis kan komen.
    De realiteit is echter, seizoenswerk, concurrentie van heel de wereld en mee-eters, regelaars die overal aanwezig zijn die alle productie-bedrijven in de agrarische sector het werken onmogelijk willen maken.
    Juist voor een bestuurder is het belangrijk zich in te leven in de situatie van de agrarische bedrijven.

Of registreer je om te kunnen reageren.