Home

Achtergrond 230 x bekeken 2 reacties

Politiek en economie bepalen geschiktheid mais voor energie

Is mais nog interessant als energiegewas? Dat hangt volgens Gelein Biewenga af van de economie en de wens van de politiek om vergisting mogelijk te maken. Voor veehouders met een vergister is mais een geschikt co-vergistingsproduct, vindt Biewenga.

Om mestvergisting rendabel te maken kiezen Nederlandse boeren voor het toevoegen van co-producten. Want zonder toevoegingen is het onder Nederlandse omstandigheden vooralsnog niet rendabel om mest te vergisten. Bij de meerderheid van de agrarische vergisters in Nederland wordt ingekuilde snijmais toegevoegd. De vraag is dan terecht of de toevoeging van mais meer energie oplevert dan het kost om het te produceren en of de teelt van mais ten koste gaat van de productie van voedsel.

De keuze die een boer maakt voor een co-product hangt af van een twee factoren: de economie en de wettelijke kaders. Allereerst moet het product op de positieve lijst staan wil de boer het digestaat kunnen gebruiken als dierlijke meststof. De lijst met producten die toegevoegd mogen worden aan de vergister is beperkt en om nieuwe producten op de lijst te krijgen moet een lange en dure, administratieve weg worden bewandeld. Weinig agrarische ondernemers hebben daar tijd en geld voor.

De tweede factor is economie. Als de opbrengst van mais in de vorm van biogas, omgezet in elektriciteit en warmte, hoger is dan de kosten die gemaakt moeten worden om mais te vergisten is het voor een boer rendabel om mais te vergisten. Die afweging van kosten en baten verschilt per jaar. Door de tegenvallende beschikbaarheid van mais in het afgelopen jaar zijn de aankoopkosten van mais opgelopen. De marge tussen kosten en baten staat daarmee verder onder druk.

Ook het rantsoen van de vergister speelt een rol. Het 'voeren' van een vergister kan vergeleken worden met het voeren van een koe. Grote schommelingen moeten daarbij voorkomen worden. Mais is een gewas dat voldoet aan deze eisen en wordt daarom veel gebruikt als co-product voor vergisting naast mest. Voor veehouders is het ook een bekend gewas, de teelt en de mechanisatie rond oogst is goed ontwikkeld en mais is goed op te slaan door het in te kuilen.

Bij de teelt van mais wordt veel energie gebruikt. De balans slaat echter nog positief uit als gekeken wordt naar de energiekosten per ton mais ten opzichte van de energieproductie van diezelfde ton mais in de vergister. Van belang is wel dat de transportkilometers beperkt moeten blijven. Lopen die te veel op dan slaat de balans naar de verkeerde kant door.

Tot nu toe zijn er geen signalen dat de teelt van mais voor vergisting in Nederland de productie van voedsel verdringt. Mais concurreert bij veehouders over het algemeen met grasland. Een aandachtspunt is wel dat bij de teelt van mais de grond maar voor een relatief kort deel van het jaar wordt gebruikt. De periode van zaai tot oogst neemt in totaal ongeveer vijf maanden in beslag. De overige tijd wordt blijvend maisland meestal niet benut. Nij Bosma Zathe onderzoekt op dit moment de (on)mogelijkheden van een dubbelteelt of vruchtwisseling met wintertarwe, rogge of erwten.

In Duitsland en Oostenrijk is dit al een bekend fenomeen. Als dat ook in Nederland perspectief blijkt te hebben hoeft er geen sprake te zijn van verdringing van voedsel- of voedergewassen door mais. Blijft het punt van de broeikasgassen over. Ook op dit punt moet de productie en gebruik van co-vergistingsproducten inclusief mais minstens in balans zijn. Hierover zijn nog weinig gegevens bekend, maar hiervoor geldt dat zolang er geen wettelijke of economische prikkels zijn, dit aspect meestal niet meegenomen zal worden in de beslissing welk co-vergisting gebruikt zal worden.

Er kan worden geconcludeerd dat mais een geschikt co-vergistingsproduct is dat goed past binnen de bedrijfsvoering van boeren met een vergister. Wettelijk en economische overwegingen bepalen deze keuze. De veehouderij staat over het algemeen open voor andere producten die op gebied van energie, broeikasgassen en economie net zo goed of beter presteren.

Gelein Biewenga is bedrijfsleider van proefbedrijf Nij Bosma Zathe van Wageningen UR

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    W Zandbergen

    Hoe zit het met alles dat via het riool gaat?

  • no-profile-image

    Huib Rijk

    Interessant thema wordt in het artikel aangesneden: concurrentie tussen bio-energie en voedsel. Je kunt het in tweeën splitsen. Bio-energie kan de voedselprijzen verhogen wordt gezegd. Een schandalig nadeel wordt zonder meer aangenomen. Het kan echter juist een voordeel zijn in het geval dat de voedselprijzen veel te laag zijn. Schunnig lage voedselprijzen verlagen juist de productie en dan met name waar dat belangrijk is: in de ontwikkelingslanden. Productie van bio-energie gaat dan ook niet ten koste van de productie van voedsel, dat wil zeggen zolang er nog volop onbenutte productiecapaciteit is zoals de braakliggende grond in de Oekraïne.
    Wel belangrijk is het energierendement van bio-energie: als er meer energie in de productie gaat zitten dan er uit komt is het per definitie onzinnig.

Of registreer je om te kunnen reageren.