Home

Achtergrond 110 x bekeken

Fundering windturbine valt niet onder werktuigenvrijstelling

In een principiële procedure heeft de fiscale rechter uitgemaakt hoe windturbines voor wat de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) betreft behandeld moeten worden.

Twee belangrijke vragen zijn in deze procedure aan de orde gekomen.Ten eerste is de vraag voorgelegd of door de Rechtbank terecht is beslist dat de Energieinvesteringsaftrek (EIA) in mindering dient te worden gebracht op de stichtingskosten van de windturbine. De Ambtenaar van de gemeente Zeewolde verdedigt het standpunt dat dit niet het geval is.

Ter zitting heeft hij hierbij verwezen naar het arrest HR 23 november 2007, nr. 43 263, BNB 2008/43, in welk arrest de Hoge Raad heeft beslist dat de EIA niet het offer vermindert dat nodig is om een windturbine weer in dezelfde staat aan te schaffen of te vervaardigen. Het hoger beroep slaagt op dit punt. De ambtenaar wordt in het gelijk gesteld.

De tweede kwestie die aan de orde is gesteld is de vraag of de werktuigenvrijstelling van toepassing is op de fundering van de windturbine. Het Hof is die mening niet toegedaan. Dit omdat de fundering niet zou kunnen worden verwijderd zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van de windturbine als windturbine verloren gaat. Ook op dit punt is het Hoger beroep gegrond.

Meer informatie: Hof Arnhem 11 februari 2009, 07/00226 HR 23 november 2007, nr. 43.263rechtbank Zwolle-Lelystad 20 april 2007, nummer AWB 06/1095 WOZ

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.