Home

Achtergrond 96 x bekeken

Verdwijnen van regionale onderzoekcentra niet zo erg

Wageningen UR wil zes proefbedrijven sluiten. De opheffing is geen ramp voor rundveehouders. Onderzoek kan ook plaatsvinden op innovatieve particuliere bedrijven, zegt Bart Edel. De toeleverende industrie weet de weg wel te vinden naar dat soort bedrijven die bereid zijn hun vindingen uit te testen.

Met het voornemen om zes proefbedrijven te sluiten, komt een einde aan een tijdperk. Toen de overheid de ontwikkeling van de agrarische bedrijven nog sterk stuurde met rijksvoorlichting, trokken de regionale onderzoekcentra grote aantallen bezoekers per jaar. Op de jaarlijkse open dagen in Aver Heino (zand), in Zegveld (veen) en op de Waiboerhoeve (klei) dromden duizenden veehouders samen om nieuwe voerhekken, ventilatiekleppen en voerautomaten te bekijken en te betasten. De praktijk had via voorlichters ook een behoorlijke invloed op onderzoeksprogramma’s. De proefbedrijven waren vooral gericht op lagere kosten of gemakkelijker werken op gewone bedrijven. Die tijd ligt ver achter ons.

Onderzoek is meer en meer een zaak geworden van opdrachtgevers uit overheid en toeleverende industrie. Met als gevolg dat de het directe belang van de resultaten voor de praktijk sterk verminderde. Want de overheid verstrekt geen vervolgopdracht als de resultaten niet bij het beleid passen. En commerciële bedrijven willen een kennisvoorsprong kopen en houden nieuwe ideeën voor zichzelf.

Hebben veehouders dan niet steeds nieuwe kennis nodig? Ja wis en waarachtig. Maar praktijkgericht onderzoek kan ook heel goed plaatsvinden op bedrijven van vernieuwingsgezinde ondernemers. Ik noem als voorbeeld de organisatie Courage, die een netwerk van gedreven vernieuwers opbouwt en ondersteunt. Het feit dat de ondernemers ook zelf investeren, houdt betrokken onderzoekers zakelijk en scherp. Het ministerie van landbouw prikkelt innovatieve veebedrijven met tenders. Uitverkoren deelnemers ontvangen themagerichte projectsubsidies die het nemen van financiële risico’s bij vernieuwende concepten helpen dragen.

Ook de toeleverende industrie weet heus wel de weg te vinden naar puike bedrijven die een vinding willen uittesten. Als de resultaten rijp zijn voor de praktijk, zijn open dagen bij gerespecteerde particuliere ondernemers een probaat middel om de boodschap aan de grote klok te hangen.

Daarom zou ik zeggen: privatiseer die proefbedrijven maar. Ik weet bijvoorbeeld dat op Zegveld een zeer creatieve bedrijfsleider rondloopt die menige veehouder op veen zal weten te inspireren. Een goede ondernemer die kennisproductie als neventak ziet, kan zich ook in de markt van ideeën, fondswerving en educatiesubsidies profileren.

Bart Edel was betrokken bij het bedenken en opzetten van proefbedrijf De Marke in Hengelo

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.