Home

Achtergrond 273 x bekeken 2 reacties

Sturen op excretie verlaagt mestproductie in Nederland

De laatste jaren zit Nederland tegen of net boven de grens van de maximale toegestane productie van stikstof en fosfaat in dierlijke mest. En dat terwijl de mogelijkheden om die stikstof- en fosfaatproductie te verlagen binnen handbereik liggen.

De Europese Unie kent voor Nederland een productieplafond voor stikstof en fosfaat in dierlijke mest. Dat is de productie in 2002. Tot vorig jaar bleef Nederland daar steeds zo’n 4 tot 5 procent onder. Maar in 2008 kwamen we er dicht bij of overschreden dit zelfs. Terwijl de ruimte voor verlaging van de stikstof- en fosfaatproductie als het ware voor het grijpen ligt.

De toename van de stikstof- en fosfaatproductie in mest komt niet door een hogere uitscheiding per dier. Sterker, in 2008 daalde het ureumgehalte in melk tot gemiddeld 23,6 terwijl dit al jaren rond de 25 zat. Een lager melkureumgehalte betekent een lagere stikstofuitscheiding. Het aantal dieren nam echter, na jaren, toe. Dat geldt ook voor het aantal varkens en kippen. Dat kan in de toekomst leiden tot overschrijding van de EU-productieplafonds voor stikstof en fosfaat tenzij de uitscheiding (excretie) per dier aanzienlijk daalt.

De gemiddelde excretie per dier verschilt tussen bedrijven aanzienlijk. Zo varieert tussen vleesvarkensbedrijven in het BedrijvenInformatieNet van LEI Wageningen UR de fosfaatexcretie van ruim 12 kilo tot bijna 23 kilo per 1.000 kilo groei. Voor stikstof is die variatie 37 kilo tot 58 kilo per 1.000 kilo groei. Bij melkvee varieert, op 80 procent van de bedrijven, de gemiddelde fosfaatexcretie per 1.000 kilo meetmelk van ruim 5 kilo tot bijna 8,25 kilo. Ook voor stikstof zijn de verschillen groot, ondanks de gunstige invloed van de bedrijfsspecifieke excretie. Dit blijkt onder meer uit de aanzienlijke verschillen in melkureumgehalte tussen bedrijven. De vraag is waarom deze verschillen zo groot blijven. Verkleining van die verschillen kan de stikstof- en fosfaatproductie aanzienlijk verminderen.

Berekeningen van LEI Wageningen UR tonen aan dat een directe samenhang van de excretie met de economische resultaten vaak zwak is. Dat biedt enerzijds kansen tot excretieverlaging. Anderzijds zullen veehouders daardoor niet uit zichzelf zoeken naar verlaging. Dat is precies de reden waarom die verschillen tussen bedrijven al jaren zo groot blijven. Er wordt vanuit het mestbeleid weinig op vermindering van de excretie gestuurd. Voor melkvee gebeurt dat met de bedrijfsspecifieke excretie. Als fosfaat voor de mestafvoer beperkend wordt, zal de melkveehouder de fosfaatexcretie verminderen, als dit beloond wordt. Voor varkens- en pluimveehouders, die bijna alle mest moeten afvoeren, is er nauwelijks een stimulans om de excretie te verlagen.

Bij de evaluatie van de Meststoffenwet in 2007 heeft LEI Wageningen UR berekend hoeveel de productie van stikstof en fosfaat in mest kan dalen als een deel van de excretieverschillen tussen bedrijven verdwijnt. We kwamen, voor het jaar 2005, op ongeveer 5 procent van de stikstofproductie van 2002 (EU-plafond). Dat leidt tot een extra productieruimte van 10 procent van de varkensaantallen van 2005 en 6 procent van het voor dat jaar beschikbare melkquotum.

Vermindering van de excretie per dier is een belang dat de hele veehouderijsector aangaat omdat het de druk op de mestmarkt vermindert. Dat betekent niet dat stimulansen op alleen sectorniveau effect zullen hebben. Stimulansen moeten aangrijpen op het individueel, economisch, belang van veehouders. Dan gaan ze zoeken naar interessante mogelijkheden. De eerste stap is: hoe hoog is op mijn bedrijf de gemiddelde excretie voor stikstof en fosfaat per 1.000 kilo groei, per 1.000 kilo meetmelk of per 1.000 kilo eieren? En hoe scoort dit ten opzichte van collega’s? Hoe komt dat en wat kan ik dan doen? Op het stimuleren van dit zoekgedrag kunnen stimulansen het beste worden ingericht.

Aart van den Ham is Expert innovatieve strategieën van de afdeling Dier aan LEI Wageningen UR

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    kleine en zuinige

    Zet de kachel overal een graad lager ;zodat men met meer kachels toch niet meer Co2 uitstoot.
    Zo is het met de auto,s al enkele jaren;deze zijn zuiniger en verfijndt en uitgerust met katalisators en zodoende hebben wij het wagenpark uitkunnen breiden zonder dat er meer vervuiling op is getreden.
    Of wij met 100 koeien 1,5 miljoen Kg melk produceren of met kleinere 150 koeien deze 1,5 miljoen Kg melk produceren;daar wordt de uitstoot van Co2 ook niet groter van.
    Het is kiezen in de vee/melkveehouderij of de kachel costant gloeiend heet stoken(met een korte levensduur);of de kachel constant op goede warmte houden(met een langere levensduur van de kachel)
    De Co2 uitstoot blijft per saldo hetzelfde.

  • no-profile-image

    Vrijgezel

    Fout(je) van lto'r Siem Jan Schenk. Siem Jan wil zo graag uitbreiding van melkquotum daardoor meer koeien en daardoor meer mest. Siem Jan wanneer ga je eens nadenken voor dat je weer aan het blunderen ga?

Of registreer je om te kunnen reageren.