De markt voor geitenzuivel kan volgend jaar profiteren van de aangekondigde ruiming van met Q-koorts besmette bedrijven. Dit stellen zegslieden in de geitenmelksector.
De markt voor geitenmelk is in de loop van dit jaar steeds meer onder druk komen te staan door een stijgende melkproductie. Verwerkers staan voor de taak de jaarlijks aanzwellende stroom geitenmelk goed te vermarkten en dat valt niet altijd mee. De tweemaandelijkse prijsvergelijking van het Productschap Zuivel laat goed zien hoe de geitenmelkprijs in de loop van dit jaar is gedaald. Seizoensheffingen en -toeslagen hebben dit enigszins gemaskeerd.
Door de aangekondigde ruiming van besmette drachtige geiten, goed voor een kleine tien procent van de geitenmelkproductie in Nederland, wordt de druk op de markt verlicht. Volgens verwerkers kan dit wel eens een zegen zijn bij een overigens ongelukkige situatie voor de geitenhouders. Hiermee wordt toch zo’n 16 miljoen kilo melk van de markt worden gehaald. Dat zou in principe ruimte geven voor een hogere geitenmelkprijs.
Daarbij gelden wel een paar voorbehouden. Zo moet de consumptie van geitenzuivel niet gaan lijden onder de negatieve publiciteit over Q-koorts. Bij de huidige verwerkingsmethoden van geitenmelk is het risico van besmetting via de melk zo goed als nihil. Bovendien is er tot nog toe geen negatief effect in de markt te merken geweest. Het tweede voorbehoud is dat de export van geitenmelk naar België en Frankrijk ook niet gehinderd worden.
Jaarlijks gaat zo’n 40 procent van de Nederlandse geitenmelk in onbewerkte of bewerkte vorm richting Frankrijk. In dat land wordt de eigen productie echter ook uitgebreid. Nog niet duidelijk is welke geitenmelkverwerkers het meest getroffen worden door de ruiming van besmette geiten. In Brabant, het ergst getroffen gebied, zijn vier of vijf verwerkers actief, waaronder Amalthea, de Bettinehoeve, CBM en het Belgische Capra.