Home

Achtergrond 248 x bekeken

Q-koorts: aanleiding tot twee sporen in de veehouderij? - Samenvatting

Q-koorts, ziektebeleid en toekomst veehouderij: niet op één hoop gooien

Ruimingen stuiten tegen de borst. De dierenbeweging suggereert dat Q-koorts bij kleinschalige veehouderij met buitendieren niet gebeurd zou zijn. Dat is onzin. Dierziekte kwam en komt ook voor bij extensieve en kleinschalige houderij. Zo weet de dierenbeweging de ruimingsemoties te keren tegen intensieve dierhouderij. Oneigenlijk. Je mag best tegen grootschalige dierhouderij zijn, maar vooralsnog niet met het argument van dierziektepreventie.

Het dierziektebeleid is onlangs verbeterd, maar Q-koorts is een nieuwe ziekte en zorgt weer voor onverwachte situaties. In feite hebben Q-koorts, dierziektebeleid en de toekomst van de intensieve veehouderij dus weinig met elkaar te maken. In mijn stukje gooide ik het op één hoop. Het is zowel zindelijker als zinniger om ze los van elkaar te beschouwen.

Resultaten

De peiling liet niet duidelijk een voorkeur zien: globaal vindt eenderde van de stemmers het tot nu toe gehanteerde beleid (stamping out door ruimen bij uitbraken) prima, iets meer dan eenderde wil vaker enten, en iets minder dan eenderde wil een tweesporenonderscheid: enten voor de 'romantische' houderij, geen exportbelemmeringen (dus niet enten) voor de 'industriële' houderij. Er is door 193 mensen gestemd.
In de discussie kwam geen overeenstemming over wel of niet twee onderscheidende sporen in de veehouderij.

Tweesporenbeleid in De Volkskrant

Dat het wellicht toch tot twee sporen komt, blijkt uit een stuk van Kaspersma in De Volkskrant. Hij legt het tweesporenbeleid duidelijker uit dan ik:

"Zonder schaalvergroting en intensivering zal de landbouw het afleggen tegen de buitenlandse concurrentie en zal Nederland zijn positie als agrarische grootmacht verliezen.
Langs het ene spoor wordt agrarische ondernemers de ruimte geboden voor schaalvergroting en intensivering om voor de wereldmarkt te produceren. Niet overal, maar in geselecteerde gebieden. Glastuinbouw en intensieve veehouderij kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd in agroproductieparken, bij voorkeur te vestigen op industrieterreinen zoals de Tweede Maasvlakte en de Eemsmond. Slim combineren van reststromen en energie doet niet alleen de kostprijs dalen, maar verkleint ook de ecologische voetafdruk.

Grondgebonden bedrijven in melkveehouderij en akkerbouw die voor de wereldmarkt willen produceren, kunnen terecht in delen van Zeeland, Flevoland, het Oldambt en de Veenkoloniën. Dat zijn grootschalige landschappen waar zelfs een megabedrijf tegen de wijde horizon in het niet verdwijnt.

Voor het overgrote deel, zeg driekwart van de 2 miljoen hectare landbouwgrond, wordt een tweede spoor ontwikkeld: kleinschalige landbouw die produceert voor lokale markten en maatschappelijke waarden creëert in de vorm van behoud en verbetering van het gevarieerde cultuurlandschap, recreatie en zorgverlening. En daar ook voor betaald wordt."
Tot zover De Volkskrant, nu naar de discussie.

Dierziektebeleid is aangepast: sneller enten

Het huidige dierziektebeleid is verbeterd na de uitbraken van varkenspest en MKZ. Dit is afgesproken: isoleren in geografische compartimenten, snel enten en het veilig stellen van afzet, voorlopig binnen Nederland, hopelijk snel in Duitsland en verder. Dit verbeterde beleid kwam bij Q-koorts niet uit de verf omdat het een nieuwe ziekte betreft.

Alles gesloten

Door de vele dieren en mix van houderijvormen in Nederland wordt dierziektepreventie ingewikkeld: er zijn én veel potentiële haarden die in open contact staan (open houderij en hobbyhouderij) én intensieve 'monoculturen' met grote aantallen dieren dicht opeen (intensieve veehouderij).

Omgekeerd aan de suggestie dat Q-koorts te wijten is aan intensieve veehouderij, wordt ook gezegd dat geitenhouderij niet intensief genoeg is. Op Foodlog.nl verdedigt een levensmiddelentechnoloog de stelling: open houderijvormen zijn levensgevaarlijk en alle productiedieren moeten gesloten gehouden worden, met hygiënemaatregelen en luchtwassers. Het verweer daartegen is: dan krijg je helemaal dat mensen niet meer weten hoe hun eten gemaakt wordt en er gevoelsmatig tegen zijn.

Schizofrenie over veehouderij

In de discussie werd gezegd: de bevolking moet het gewenste toekomstbeeld van de intensieve veehouderij bepalen en dan zou de sector vervolgens daarnaar moeten handelen wat betreft vergunningen. Dus breng in kaart waarvoor draagvlak is.

Maar dat is juist het probleem: buiten de sector is weinig kennis van de huidige gang van zaken. Er zijn nogal wat misverstanden. Biologische eieren hebben een goede naam, maar zijn slechter van kwaliteit dan gangbaar.

De burger roept om duurzaamheid, dezelfde persoon als supermarktklant maakt die duurzame keuzen steeds maar niet. Men wil vlees eten zonder dieren doden, etc. Deze schizofrene houding is zover doorgedrongen, dat draagvlak bepalen voor ontwikkelrichtingen heel lastig is. Het draagvlak verandert, niet eens afhankelijk van wie je vraagt, maar vooral van welk moment waarop en hoe je het vraagt.

Intensieve houderij kan het toch niet goed doen

Mijn indruk: intensieve houderij wil vooral "diervriendelijk" overkomen om de maatschappelijke goedkeuring niet te verliezen. Voorbeelden zijn: de ruimtenormen die de intensieve veehouderij zich oplegt zijn ruimer dan elders. Het dierziektebeleid is nu gericht op snel vaccineren, zodat ruimen voorkomen wordt. Beide zijn maatregelen die het publiek paaien maar export bemoeilijken. Maar is het imago van de intensieve veehouderij hierdoor verbeterd?

De gevoelens in een deel van de Nederlandse samenleving blijven tégen grootschalige dierhouderij, hoewel rationele argumenten vóór pleiten. Door een roep van een klein aantal mondige burgers en een brede hang naar "Ot en Sien-landbouw", leggen we - ook de exportgerichte - sector beperkingen op. De vraag is: is dat slim? Zonder schaalvergroting en verdere intensivering verdwijnt deze productie uit Nederland. De grootste bedreiging is niet de maatschappelijke goedkeuring, maar de economische realiteit.

Tweesporen: voeding voor schizo houding, of juist einde ervan?

Een tweesporenveehouderij lijkt ideale voeding voor de schizofrene houding: mooie plaatjes van de 'romantische' houderijvormen, en betaalbare producten van de grootschalige houderijvormen. Maar als een tweesporenontwikkeling gepaard gaat met 'kleur bekennen'?

Een duidelijk onderscheid tussen welzijnshouderij en grootschalige vleesproductie levert beide de ruimte zich te ontwikkelen. Als daarbij reëel verteld wordt hoe het dier gehouden wordt en hoe het product gemaakt wordt, dan zal maatschappelijk draagvlak voor ieder systeem zich uiten in economische resultaten. Zo krijgen "beter-leven"-vormen juist meer kans zich te onderscheiden. Maar laat die dan ook zijn wat het publiek ervan verwacht. En dus niet alleen diervriendelijk, maar ook kleinschaliger dan nu.

Steeds terugkerend: vertellen wat je doet

In deze discussie viel opnieuw de vaststelling op dat we niet in staat blijken te zijn goed te informeren over wat er gebeurt in de landbouw, in de veehouderij. Hoe kunnen we dat verbeteren?

In totaal is 143 keer gereageerd op deze discussie. De volgende personen deden mee:
Boer, Kempen; Eerlijk, Thuis; Zents Pluimveebedrijven BV, Ruurlo; Boerin, Friesland; Josien Kapma, Portugal; Frank Verhoeven, Utrecht; Dick Veerman-Foodlog.nl, Utrecht; Grensboerke, Limburg; Piet Slingerland, Midden-Europa; O. van Verschuer, Leur; Hans Messing, Toldijk; Paul Jansen, Aalten; Hans, Brasil; Annechien ten Have Mellema, Beerta; Koetje, Boe; Han, Meshovsk; Huib Rijk, Biddinghuizen.

Of registreer je om te kunnen reageren.