Home

Achtergrond 194 x bekeken

Eerste Kamer neemt nieuwe Schenk- en Erfbelasting aan

De Eerste Kamer heeft op 15 december 2009 de gewijzigde Successiewet aangenomen waardoor de wet op 1 januari 2010 in werking kan treden.

De gewijzigde Successiewet heeft ook voor de agrarische sector grote gevolgen.

De termen successierecht en schenkingsrecht worden vervangen door erfbelasting en schenkbelasting. Verder verdwijnt het recht van overgang dat wordt geheven over de verkrijging van in Nederland gelegen bezittingen van een schenker of erflater die in het buitenland woont.

Tarieven schenk- en erfbelasting 2010
De belangrijkste pluspunten van de wetswijziging zijn dat de toptarieven fors omlaag gaan en de vrijstellingen voor partners en kinderen hoger worden.

• De tarieven voor partners en kinderen gaan omlaag naar 10% over de eerste € 118.000 en 20% over het restant.
• De tarieven voor kleinkinderen worden 18% over de eerste € 118.000 en 36% over het restant.
• De tarieven voor "derden" zoals neven en nichten gaan omlaag naar 30% over de eerste € 118.000 en 40% over het restant.

Vrijstellingen schenkbelasting 2010
Voor een schenking aan kinderen geldt een jaarlijkse vrijstelling van schenkbelasting van € 5.000. Daarnaast is eenmalig een schenking van € 24.000 onbelast voor kinderen tussen 18 en 35 jaar. Wordt die schenking aangewend voor de aankoop van een huis of voor een studie, dan mag deze vrijstelling eenmalig worden verhoogd tot € 50.000. Voor alle overige verkrijgers van een schenking bedraagt de vrijstelling € 2.000.

Vrijstellingen erfbelasting 2010
Voor partners geldt een vrijstelling van € 600.000 en voor kinderen en kleinkinderen van € 19.000. Zieke en gehandicapte kinderen hebben recht op een bedrag van € 57.000 dat is vrijgesteld van erfbelasting; voor ouders is dat € 45.000. Voor alle overige verkrijgers van een erfenis bedraagt de vrijstelling € 2.000.

Partnerbegrip
Vanaf 1 januari 2010 kwalificeren als partners: 1. gehuwden en daarmee gelijkgestelde geregistreerde partners (gescheiden van tafel en bed wordt als ongehuwd beschouwd);
2. ongehuwden, indien wordt voldaan aan alle vijf voorwaarden:
a) beiden meerderjarig;
b) gezamenlijke huishouding volgens de basisadministratie persoonsgegevens;
c) wederzijdse zorgverplichting aangegaan bij notariële akte (tenzij al vijf jaar samenwonen);
d) geen bloedverwant in de rechte lijn (tenzij een van de partners ‘mantelzorger’ is);
e) geen meerrelaties.

Bedrijfsopvolgingsregeling
Het erven van een onderneming wordt fiscaal gunstiger. De regeling rondom de voortzettingswaarde (vanaf 1 januari 2010 de waarde going concern) blijft hetzelfde. Verder gaat de vrijstelling voor ondernemingsvermogen omhoog van 75% naar 83%. Verkrijgingen van ‘objectieve’ ondernemingen met een waarde tot € 1 miljoen zijn voor 100% vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan die € 1 miljoen, geldt voor het meerdere verkregene de 83%-vrijstelling. Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd (veelal tariefgroep I tegen een tarief van 10-20%) kan tien jaar uitstel van betaling worden verkregen.

Algemeen nut beogende instellingen (anbi’s)
De regeling voor algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) houdt in dat giften aan anbi’s binnen de daarvoor geldende fiscale grenzen en normen aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting. Daarnaast zijn de verkrijgingen door een anbi of van een anbi vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Deze fiscale voordelen gelden in 2009 en blijven in 2010 gelden voor anbi’s.Per 1 januari 2010 verandert wel de norm om als anbi te kunnen worden aangemerkt. Om als anbi te kwalificeren moet een instelling voor ten minste 90%. (tot 1 januari 2010: 50%) het algemeen nut beogen. Daarnaast komt er een ‘integriteitstoets’ voor de anbi, bestuurders, feitelijk leidinggevenden en voor de anbi gezichtsbepalende personen.De anbi-beschikkingen die tot 31 december 2009 zijn afgegeven, vervallen per 1 februari 2010. Alle bestaande anbi’s hebben een formulier ontvangen waarop ze kunnen aangeven of ze voldoen aan de voorwaarden om als anbi-nieuwe stijl te worden aangemerkt.

Sociaal belang behartigende instellingen (sbbi’s)
De vrijstelling voor amateursportinstellingen en niet-commerciële dorpshuizen in de Successiewet vervalt per 1 januari 2010. In plaats daarvan komt er een nieuwe vrijstelling voor sociaal belang behartigende instellingen (sbbi’s). Een sbbi is een instelling (doorgaans een vereniging) waarbij het particuliere belang van de instelling en de leden wordt behartigd, waarmee het sociaal belang wordt gediend. Gedacht kan worden aan dorpshuizen, hobbyclubs, personeelsverenigingen, jeugdgroepen en buurtverenigingen. De vrijstelling houdt in dat een verkrijging door een sbbi is vrijgesteld van schenk- en erfbelasting.

Afgezonderde particuliere vermogens (apv’s)
Een apv is een afgezonderd vermogen waarmee vooral een particulier belang wordt gediend. Hierbij kunt u denken aan trusts en buitenlandse stichtingen. Men kan betrokken zijn bij een apv als oprichter of als begunstigde. Het vermogen in trusts en stichtingen wordt doorgaans niet aangegeven bij de belastingdienst. De oprichter vindt dat het ingebrachte vermogen niet meer van hem is en de begunstigden geven niets aan omdat zij vinden dat zij nog niets hebben. Op deze manier zweeft het vermogen en wordt het nergens belast; ook niet bij de trust of de stichting zelf. Vanaf 1 januari 2010 wordt door een apv heen gekeken. Als een inbrenger bijvoorbeeld zijn spaargeld inbrengt in een apv, blijft dit spaargeld belast in box 3 bij de inbrenger. De inbreng in het apv is niet belast met schenkbelasting. Overlijdt de inbrenger, dan erven zijn erfgenamen het vermogen in het apv en moeten dan ieder hun deel van het vermogen in het apv aangeven in box 3. Jaarlijks is dus inkomstenbelasting verschuldigd. Doet een apv een schenking, dan is deze belast met schenkbelasting. Overlijdt de inbrenger of zijn erfgenaam, dan wordt erfbelasting geheven. Er bestaan enkele uitzonderingen op de regeling. De belangrijkste is het geval dat het apv zelfstandig in de belastingheffing wordt betrokken naar een redelijk tarief van ten minste 10%. In die situatie wordt het vermogen niet toegerekend aan de inbrenger. Op 1 januari 2010 al bestaande apv’s vallen ook onder de nieuwe regeling. Gemaakte afspraken tussen de inspecteur en de betrokkenen worden gerespecteerd.

De gewijzigde Successiewet bevat verder enige maatregelen waarmee een aantal voor de fiscus nadelige uitspraken van de Hoge Raad ongedaan wordt gemaakt.

Meer informatie:
Eerste Kamer, 15 december 2009, nummer 31930

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.