Home

Achtergrond 75 x bekeken

EU-schoolfruitproject dreigt te verzanden

De Europese schoolfruitcampagne dreigt te verzanden wegens gebrek aan belangstelling bij het bedrijfsleven.

Dat stelt de Dutch Produce Association (DPA). Daardoor dreigt een belangrijk Europees subsidiebedrag te blijven liggen.

De Europese Commissie heeft de Nederlandse aanvraag van 1,25 miljoen euro goedgekeurd, zodat er 2,5 miljoen euro beschikbaar komt in geval van voldoende projecten in het bedrijfsleven. De regeling gaat namelijk uit van een even grote bijdrage van het bedrijfsleven.
Tot nu toe is alleen een bedrag van drie ton beschikbaar gesteld door het Productschap Tuinbouw voor projecten van het Groentenfruitbureau. Volgens PT-secretaris Michiel Gerritsen is het bedrijfsleven terughoudend om nieuwe projecten op te starten. "De omstandigheden van de sector zijn natuurlijk buitengewoon moeilijk."

Afzetorganisatie Fruitmasters voert wel een project uit voor schoolfruit met FrieslandCampina, en ook Albert Heijn werkt aan zo’n campagne, maar die voldoen niet aan de Europese regels. Gerritsen: "We zijn nog met ze in gesprek, maar het is lastig om ze een bocht te laten maken naar het Brusselse uitgangspunt."

Het is onduidelijk waarom deze projecten niet onder de Europese schoolfruitvlag kunnen worden gevoerd. DPA-directeur Hans van Es denkt dat de projecten wel zouden moeten worden toegelaten. "Het is zonde van het geld als het niet van de grond komt."

Volgens Van Es moet de sector opnieuw met het ministerie van landbouw om tafel over een bijdrage. "Nederland is het enige land van de 27 EU-landen dat geen nationale bijdrage kent." Volgens Gerritsen heeft het ministerie al meerdere malen een overheidsbijdrage aan het project afgewezen.

De Europese schoolfruitcampagne richt zich op het schooljaar 2009-2010, maar in Nederland kan het project pas in 2010 starten. Het PT geeft binnenkort een circulaire uit over de uitvoering van de regeling. Het Groentenfruitbureau poogt het budget van 3 ton nog te verhogen.

Of registreer je om te kunnen reageren.