Home

Achtergrond 357 x bekeken

Weiland paardenbedrijf valt niet onder cultuurgrondvrijstelling

De waarde van ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond valt niet onder de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen.

De vraag wat een landbouwbedrijf is, is vaak vrij eenvoudig te beantwoorden. Dat is echter niet in alle gevallen zo. Is een paardenbedrijf (manege / fokken) nu een landbouwbedrijf of niet?

In een recente uitspraak van de rechtbank Leeuwarden is besloten dat een paardenbedrijf geen landbouwbedrijf is in de zin van de onroerendezaakbelastingen. De rechtbank onderbouwt dit standpunt met een arrest van de Hoge Raad van 26 augustus 1998, nr. 32 598. Uit dit arrest kan worden afgeleid dat het fokken, verleasen en beleren van paarden/veulens niet valt onder het begrip landbouw in de definitie daarvan voor de inkomstenbelasting (landbouwvrijstelling), omdat geen sprake is van het fokken van dieren ten behoeve van het verbruik van (delen of producten van) het dier door de consument. De rechtbank ziet geen reden om in het kader van de vaststelling van de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelasting anders te oordelen. Daarnaast heeft het Gerechtshof in Amsterdam in zijn uitspraak van 26 november 2002, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJN AF5961, overwogen dat het gedeelte van de grond dat dient voor het in de kost hebben van paarden niet wordt geëxploiteerd ten behoeve van de landbouw, aangezien deze activiteit niet is gericht op het laten groeien en voeden van gewassen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zich bezighoudt met het laten groeien en voeden van gewassen.

Voorgaande betekent dat naar het oordeel van de rechtbank eisers activiteiten niet kunnen worden aangemerkt als landbouw en dat de weilanden niet ten behoeve van de landbouw worden geëxploiteerd. Hieraan doet niet af dat blijkens de door eiser overgelegde landbouwtellingsgegevens 2007, het Ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit de ‘exploitatie stallingen goederen/dieren van derden’ heeft geschaard onder het kopje ‘verbrede landbouw’.

Gelet op bovenstaande is de cultuurgronduitzondering niet van toepassing en dienen de weilanden bij de bepaling van de heffingsmaatstaf in aanmerking te worden genomen. De vraag of sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie behoeft geen beantwoording meer.

Meer informatie:

LJN: BK3776, Rechtbank Leeuwarden 28 september 2009, AWB 09/711

Gerechtshof Amsterdam 26 november 2002, LJN AF5961

Hoge Raad van 26 augustus 1998, nr. 32 598, BNB 1999/47

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.