Home

Achtergrond 175 x bekeken

Volledige vrijstelling bij bedrijfsopvolging

Een verrassende ontwikkeling bij de behandeling van wetsvoorstel 'Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (31930)'.

Het door Christenunie, Partij van de Arbeid en CDA ingediend amendement (31930, nummer 53) werd door de Tweede Kamer aangenomen, ondanks het feit dat het door de Staatssecretaris van Financiën, de heer De Jager, werd ontraden. Het amendement kwam in de plaats van een eerder door de Christenunie ingediend amendement (31930, nummer 33). Met dit amendement wilde de Christenunie tegemoetkomen in de administratieve lasten bij een bedrijfsopvolging. De regeling is immers lastig en geeft bij het bepalen van de waarde van de onderneming veel (reken)werk, dat meestal niet gratis is! Zo moet de liquidatiewaarde berekend worden, de going concernwaarde en tenslotte nog de conserverende aanslag voor het rentedragend uitstel voor de laatste 10%, met toerekening van latenties, belastingen etc. Om die reden stelde de Christenunie voor om kleine bedrijven een volledige (dus 100%!) vrijstelling te geven bij bedrijfsopvolging. Van een klein bedrijf was sprake, aldus de indieners, bij een belaste verkrijging van € 1,5 miljoen liquidatiewaarde. Voor het meerdere zou een % vrijstelling moeten gelden van 80% (in plaats van de beoogde 90%).

Compromis

Blijkbaar was dit in het politieke spel een brug te ver, maar een compromisvoorstel (het genoemde amendement nr. 53) haalde het wel. Het amendement brengt een wijziging aan in de voorgestelde bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in die zin dat in plaats van een vast vrijstellingspercentage van 90% de voorwaardelijke vrijstelling voor de verkrijging van ondernemingsvermogen afhankelijk wordt van de omvang van de onderneming. Indien de waarde van de onderneming het bedrag van € 1 miljoen niet te boven gaat, wordt de verkrijging van de verkrijger voor 100% vrijgesteld. Is de objectieve onderneming meer waard dan € 1 miljoen, dan wordt 100% van de verkrijging vrijgesteld voor zover die verkrijging betrekking heeft op de achterliggende waarde van de objectieve onderneming tot een bedrag van € 1 miljoen. Het meerdere verkregen ondernemingsvermogen wordt voor 83% voorwaardelijk vrijgesteld. De vrijstelling is dus afhankelijk van de waarde van de onderneming, en niet van het voordeel (waarde minus koopsom) dat de bedrijfsopvolger geniet. Nu is een miljoen euro veel geld, maar een gemiddeld agrarisch bedrijf is meestal (veel) meer waard. De waarde van het amendement voor de sector is dan ook beperkt.

Staatssecretaris niet blij

Zoals te verwachten viel was de Staatssecretaris niet blij met dit voorstel. Naar zijn mening zijn veel MKB-bedrijven niet (in grote mate) gebaat bij de onderhavige wijziging. Aangezien de goodwill in de waardering van ondernemingen wordt meegenomen, komen veel bedrijven boven de grens van € 1 miljoen. Ook komt naar zijn mening de in dit amendement voorgestelde wijziging de eenvoud niet ten goede. Zeker als het bedrag van € 1 miljoen geïndexeerd gaat worden, vergt het berekenen van de voorwaardelijke vrijstelling en het belaste gedeelte veel rekenwerk. Hij ontried daarom het amendement, maar sprak er (dus) geen veto over uit.

Andere problemen

Het amendement oogt sympathiek, maar lijkt toch niet helemaal voldragen en doordacht. Hoe moet het als iemand (en dat gebeurt vaker dan u denkt) meer dan één onderneming heeft? Moet de waarde dan worden samengeteld of niet? Wat bij een gedeeltelijke overdracht of de overdracht van een zelfstandig onderdeel van de onderneming? Wat als een ondernemer een rundveetak heeft, geiten houdt en bollen verbouwt? Samen zit de waarde boven de grens, maar ieder afzonderlijk onderdeel haalt deze grens niet. Wat dan? Hoe verhoudt deze bepaling zich tot de vrijstelling voor TBS-vermogen, dat vanaf 2010 ook onder de regeling gaat vallen. Er zal nog het nodige duidelijk gemaakt moeten worden. Een mooie taak voor het ministerie!

Budgetneutraal

De volledige vrijstelling verloopt per saldo budgettair neutraal, doordat het vrijgestelde percentage daalt van 90% naar 83%. De ondernemers die over de grens heen gaan draaien op voor de financiering van een en ander. U komt immers eerder in de derde (wel belaste, slechts uitstel van betaling) schijf terecht. Maar in veel gevallen zal de aankoopprijs daarop afgestemd gaan worden. En per saldo gaat u er in vergelijking met 2009 toch op vooruit!

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.