Home

Achtergrond 140 x bekeken

Prettige kenmerken leveren bescherming op

Je kunt als dier maar beter wat 'prettige kenmerken' hebben en een beetje groot zijn, dan heb je de meeste kans dat natuurorganisaties je actief willen beschermen.

Een klein, lelijk, ongewerveld dier maakt daar geen kans op volgens bioloog Edo Knegtering, die deze maand aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveert op een onderzoek naar de invloed van het uiterlijk van een dier op zijn beschermde positie.

Vogels doen het het beste, stelt Knegtering. De nachtegaal was in de negentiende eeuw het eerste beschermde dier in Nederland. Ook nu nog heeft bijvoorbeeld de lepelaar het goed, terwijl insecten er bekaaid vanaf komen.

Knegtering voerde zijn onderzoek onder meer uit door vertegenwoordigers van de ANWB, Natuurmonumenten en LTO-Nederland een lijst te geven met daarop beschermingsmaatregelen voor zestien diersoorten, die onder te verdelen waren in de hoofdsoorten vogels, zoogdieren en slakken. Hij vroeg zijn proefpersonen te schatten in welke mate hun organisatie bescherming door de overheid actief zou ondersteunen. Ook bij de belangenorganisaties deden grote beesten het beter dan kleine en waren grote vogels favoriet. De bioloog denkt dat het voor de biodiversiteit goed zou zijn als er actief wordt gewerkt aan een positief imago van dieren als wormen en spinnen.

Aaibaarheid van het te beschermen dier blijkt wel belangrijk, maar niet doorslaggevend. Zo zijn zoogdieren beduidend aaibaarder dan vogels, maar toch krijgt die laatste soort de handen veel eerder op elkaar. Knegtering denkt dat het te maken heeft met de zichtbaarheid van het beest en de kleurenrijkdom van vogels. Daarom zijn veel vogels al sinds 1880 beschermd, terwijl de bescherming van zoogdieren pas in 1973 met de invoering van de Natuurbeschermingswet begon.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.