Home

Achtergrond 309 x bekeken

Gouden handdruk niet ten koste van landbouwvrijstelling

Bij de meeste banken en zelfs bij de gemiddelde zorginstelling kijken ze er niet van op: een ontslagvergoeding van 50.000 euro.

Maar om het dan meteen - zoals de Rechtbank ’s-Gravenhage (LJN: BJ9028) deed - te hebben over een ‘gouden handdruk’ is misschien toch wat overdreven. In ieder geval besliste deze rechter dat zo’n gouden handdruk niet in mindering gebracht hoeft te worden op (door de landbouwvrijstelling) belastingvrije winst. Met als gevolg dat de fiscus zijn deel meebetaalt aan zo’n (bij de werknemer gewoon belaste) ontslagvergoeding.

Tuinder
Een tuinder verkocht in 2004 de grond en opstallen van de CV waarin hij – samen met zijn echtgenote door middel van een maatschap) beherend vennoot was. De CV exploiteerde een tuinbouwbedrijf met 14.288 m² grond met daarop 11.853 m² glasopstanden. De teelt bestond uit chrysanten, euphorbia's en zonnebloemen. Door deze verkoop maakte de CV, na aftrek van kosten, een stakingswinst van 785.573 euro. Hiervan kon een bedrag van 750.571 euro worden toegerekend aan de grond en een bedrag van 35.002 euro aan de opstallen en de inventaris.

Het bedrag van de winst op grond was voor een gedeelte belast. Daarvoor werd een vervangingsreserve gevormd. Het grootste gedeelte van de winst (een bedrag van 560.793 euro viel echter onder de landbouwvrijstelling, en was dus vrijgesteld. Hierover bestond tussen partijen geen verschil van mening. Problemen ontstonden over een de fiscale gevolgen van een aan een van de werknemers van de tuinder uitbetaalde ontslagvergoeding (de al genoemde gouden handdruk) van 50.000 euro.

Aftrekbaarheid bonus
In zijn aangifte inkomstenbelasting had de tuinder deze uitkering gewoon als aftrekbare loonkosten geboekt. De inspecteur was het daar echter niet mee eens. Hij was namelijk van mening dat de uitkering van een halve euroton voor een evenredig gedeelte aan het (belastinvrije) verkoopresultaat van de grond toegerekend moest worden. Met andere woorden: de gouden handdruk zou niet aftrekbaar zijn van het gewone resultaat, maar slechts het door de landbouwvrijstelling belastingvrije bedrag verminderen. De tuinder was het daar niet mee eens. Hij stelde dat gouden handdrukken ook worden toegekend als werknemers worden ontslagen om andere redenen dan het staken van de onderneming. En in zo’n geval is de gouden handdruk wel helemaal aftrekbaar. Ook stelde hij dat de gouden handdruk behoorde tot de personeelskosten die hij maakte voor de teelt en verkoop van zijn bloemen. Deze kosten stonden dus niet in verband met de bij de staking behaalde vrijgestelde winst. Wel was er een verband met de in de voorbije jaren behaalde winst, maar die winst was altijd gewoon belast! Tenslotte stelde hij dat de landbouwvrijstelling slechts ziet op de waardeverandering van gronden. Daarvan was hier geen sprake. De gouden handdruk had immers slechts betrekking op het schadeloosstellen van een ontslagen werknemer.

De inspecteur was van mening dat de handdruk het rechtstreekse gevolg was van het staken van de onderneming. Om die reden verminderde deze uitkering slechts de stakingswinst en niet de gewone winst. En van deze stakingswinst was een gedeelte vrijgesteld, zodat ook een evenredig gedeelte van de uitkering niet aftrekbaar was. Hij stelde verder dat - omdat de landbouwvrijstelling geen bruto vrijstelling is maar een netto vrijstelling (vrijstelling na aftrek van kosten) - het deel van de gouden handdruk dat is toe te rekenen aan de verkoop van de grond op de vrijstelling in mindering worden gebracht.

Rechter
De rechter ging ver mee met het betoog van de inspecteur. Maar niet helemaal! In de eerste plaats gaf de rechter aan dat de gouden handdruk het directe gevolg was van het staken van de onderneming. De uitkering verminderde dus de stakingswinst, wat van belang zou kunnen zijn voor de lijfrenteaftrek. Maar dat was niet in geschil. Ook was de rechter van mening dat de inspecteur gelijk had in zijn stelling dat de landbouwvrijstelling een netto vrijstelling is. Dit betekent dat bij het bepalen van het bedrag dat onder de landbouwvrijstelling valt, rekening moet worden gehouden met de op het in aanmerking te nemen voordeel drukkende kosten. Dat geldt echter niet voor alle kosten. Enkel en alleen die kosten die bij de vervreemding van landbouwgrond onvermijdbaar zijn vallen onder de landbouwvrijstelling (en zijn dus niet aftrekbaar van het gewone en belaste resultaat). Denk aan de kosten van de makelaar. Of van de belastingadviseur! Is de winst deels belast en deels belastingvrij als gevolg van de landbouwvrijstelling dan moeten de kosten in deze verhouding worden omgeslagen. Maar, zo was de rechter van oordeel, van een gouden handdruk kan niet gezegd worden dat die kosten onvermijdbaar zijn bij de verkoop van landbouwgrond. Dat is ook niet het geval als de verkoper – zoals hier – aan de koper garandeert dat hij van de ontslagen werknemers geen 'last' meer zal hebben. De tuinder werd in het gelijk gesteld en de aanslag ging van tafel voor zover die betrekking had op de bovenstaande correctie.

Kosten die u maakt bij de verkoop van uw landbouwgrond zijn niet-aftrekbaar voor zover de behaalde winst onder de landbouwvrijstelling valt. Kosten voor uw (ontslagen) personeel vallen daar echter niet onder en zijn gewoon als loonkosten aftrekbaar.

De inspecteur stelt dat de gouden handdruk in aanmerking moet worden genomen bij het vaststellen van de landbouwvrijstelling. De rechtbank oordeelt dat de gouden handdruk onmiskenbaar een negatief bestanddeel is van de directe opbrengstwaarde van het bedrijf als geheel, maar niet van de directe opbrengstwaarde van de grond. De gouden handdruk vertegenwoordigt geen waardeverandering van de grond en dient daarom bij de bepaling van het bedrag van de landbouwvrijstelling buiten beschouwing te worden gelaten. Beroep gegrond.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.