Home

Achtergrond 381 x bekeken

Geen bewijs geleverd dat prijs van landbouwgrond 3 jaar eerder onzakelijk was

Een agrarische onderneemster slaagt niet in haar door het gerechtshof opgelegde bewijslast dat de waarde van landbouwgrond hoger moet zijn.

Dit is de kern van een recente uitspraak van het gerechtshof te Den Bosch.

Kort samengevat is de uitspraak de volgende:

Belanghebbende, X , neemt op 31 december 2000 het firma-aandeel van haar echtgenoot over. In de jaarstukken 2000 is daarover opgenomen dat X het firma-aandeel tegen boekwaarde overneemt en dat de economische waarde van de activa gelijk is aan de boekwaarde, uitgezonderd het melkquotum. Als X op 31 december 2003 de melkveehouderij staakt gaat de landbouwgrond over naar privé en moet X afrekenen over de waardestijging van de landbouwgrond voor zover die niet is vrijgesteld op grond van de landbouwvrijstelling. X en de inspecteur verschillen van mening over de hoogte van de stakingswinst op de landbouwgrond. De inspecteur gaat bij de berekening uit van de boekwaarde van de landbouwgrond op 1 januari 2001 en X gaat uit van een hogere waarde.

Hof Den Bosch geeft aan dat op X de bewijslast rust van haar stelling dat de waarde van de landbouwgrond eind 2000 hoger is dan de waarde die zij bij de overname van het firma-aandeel van haar echtgenoot als zakelijke waarde in aanmerking heeft genomen. Met de door X gemaakte berekeningen heeft X aan de op haar rustende bewijslast niet voldaan. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de inspecteur bij de berekening van de stakingswinst terecht is uitgegaan van de boekwaarde van de landbouwgrond op 1 januari 2001 en verklaart het hoger beroep van X ongegrond

Meer informatie
Hof 's-Hertogenbosch, MK I, 28 augustus 2009, nr. 08/00458

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.